Juridische info voor hulpverleners
Bij overeenkomst wordt bepaald wanneer op welke wijze betaald moet worden. Een schuldeiser hoeft contante betaling niet te accepteren. Wanneer er nog niet betaald is zal eerst een ingebrekestelling met een redelijke termijn verstuurd moeten worden voordat de debiteur in verzuim is. In de volgende situaties is de debiteur (zonder ingebrekestelling) van rechtswege in verzuim:
Wanneer de invordering uit handen is gegeven aan een incassodienstverlener, zal de schuld aan de gemachtigde betaald moeten worden. Mocht er dan toch aan de schuldeiser betaald zijn, dan is er wel bevrijdend betaald. Van de schuldeiser mag verwacht worden dat hij dit doorgeeft aan de deurwaarder zodat onnodig dagvaarden wordt voorkomen.
Wanneer een betaling toegerekend kan worden aan meerdere schulden dan moet de betaling worden afgeboekt op de schuld die de debiteur bij de betaling aanwijst, bijvoorbeeld d.m.v. een betalingskenmerk. Ontbreekt zo’n aanwijzing, dan geldt de volgende afboekvolgorde:
Wanneer duidelijk is op welke schuld een betaling moet worden afgeboekt en dit bedrag is niet voldoende om deze schuld te betalen, dan moet de volgende afboekvolgorde worden aangehouden:
De debiteur heeft bij private schulden geen recht op een betalingsregeling. In art. 6:29 Burgerlijk Wetboek staat:
De schuldenaar is zonder toestemming van de schuldeiser niet bevoegd het verschuldigde in gedeelten te voldoen. Dit betekent ook dat een schuldeiser, wanneer er wel een betalingsregeling wordt getroffen, in beginsel geen rekening hoeft te houden met de aanwezige betalingscapaciteit.
De wet kent een aantal uitzonderingen wanneer er al dan niet expliciet recht op een betalingsregeling is:
Bij een verzoek om een betalingsregeling geef je aan hoeveel er per maand betaald kan worden. Om dit bedrag te onderbouwen is het van belang inzage te geven in de financiële situatie. Denk hierbij aan:
In plaats van een inkomsten- en uitgavenoverzicht is het ook mogelijk om een berekening van de beslagvrije voet mee te sturen. Die kun je hier maken.
Als er eenmaal een betalingsregeling is getroffen dan zijn beide partijen daar in principe aan gebonden. De schuldeiser kan de regeling niet zomaar eenzijdig beëindigen wanneer hij bij nader inzien het overeengekomen bedrag te laag vindt. Wel is er enige ruimte als de inkomenspositie van de debiteur aanzienlijk verbetert, waardoor van de schuldeiser in redelijkheid niet kan worden verlangd dat deze met de ongewijzigde betalingsregeling genoegen blijft nemen.
Veel webshops bieden de mogelijkheid om een product achteraf te betalen (buy now, pay later BNPL). Het product hoeft dan pas betaald te worden, nadat besloten is het te houden en geen gebruik te maken van de bedenktijd van 14 dagen. Er zijn verschillende varianten, zoals betaling binnen 14 dagen of betaling in drie termijnen. Bekende aanbieders zijn Klarna, Billink, Riverty en In3.
In feite wordt er geld geleend. Omdat deze bedrijven geen of nagenoeg geen kosten in rekening brengen, wordt er vanuit gegaan dat de beschermende regels die gelden voor een consumentenkrediet, zoals allerlei informatieplichten en het toetsen van kredietwaardigheid, niet gelden. Er worden overigens wel kosten in rekening gebracht wanneer men te laat is met betalen. Zou je deze kosten ook moeten zien als een kredietvergoeding. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bepaald dat er wel sprake is van een kredietvergoeding wanneer de kredietgever, om economisch voordeel te krijgen, bij het sluiten van de overeenkomst er op anticipeert dat de consument de betalingsverplichting niet na zal komen.
De rechtbank Midden-Nederland en de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bepaald dat bij Klarna de incassokosten onderdeel uitmaken van het verdienmodel. Er is dan sprake van een consumentenkrediet terwijl Klarna niet voldoet aan de daarvoor gelden eisen. Dit heeft tot gevolg dat er bij Klarna volgens deze rechtbanken geen rente en incassokosten verschuldigd is.
Als gevolg van de herziening van de Europese richtlijn consumentenkrediet, zal er vanaf 20 november 2026 strengere regels voor achteraf betalen gaan gelden. Het gaat hierbij onder meer om verplichting om de leeftijd te controleren en de kredietwaardigheid te toetsen.
Op basis van de Europese richtlijn betaalrekeningen is in de Wet op het financieel toezicht geregeld dat in beginsel iedereen recht heeft op een basisbetaalrekening. Deze betaalrekening kun je bij de bank aanvragen wanneer je niet in aanmerking komt voor een gewone bankrekening. Het verschil met een gewone bankrekening is dat je niet rood kunt staan, niet in aanmerking komt voor een creditcard en geen spaarrekening kunt openen.
Er zijn een aantal weigeringsgronden:
Bij vermoedens van fraude zal bij de betreffende bank registratie plaats in het Intern Verwijsregister (IVR). Het is dan wel mogelijk om bij een andere bank een betaalrekening te openen. Wanneer geconstateerd is dat sprake is van betrokkenheid bij fraude, bijvoorbeeld dat de bankrekening beschikbaar is gesteld aan criminelen om geld door te sluizen (geldezel, katvanger), vindt registratie plaats in het Extern Verwijsregister (EVR). Deze registratie kan afhankelijk van de ernst maximaal acht jaar duren. Een basisbetaalrekening zal dan worden afgewezen. Mogelijk kan dan wel een basisbankrekening worden aangevraagd. De ABN AMRO, Rabobank, ING, SNS en Triodos zijn aangesloten bij het Convenant basisbankrekening. Op basis van dit convenant kun je onder bepaalde voorwaarden bij de laatste bank waar je gebankierd hebt een basisbankrekening openen. Doorgaans wordt dan wel de voorwaarde gesteld dat er begeleiding plaatsvindt of dat de bankrekening door een hulpverlener beheerd wordt. Kijk hier voor meer info.