
Foto: StockSnap Pixabay
Wat er aan vooraf ging
X huurt sinds 4 juni 2019 een woning van Havensteder waarvoor een huur van € 616,91 per maand verschuldigd is. Op 20 februari 2025 is X onder bewind gesteld.
Havensteder heeft bij dagvaarding gesteld dat de huurachterstand tot en met oktober 2024 € 6.010,16 bedraagt. Zij eist dat de bewindvoerder de huurachterstand met bijkomende kosten en de lopende huur betaalt. Havensteder wil ook dat de huurovereenkomst eindigt en dat de woning wordt ontruimd.
De bewindvoerder betwist niet dat er een huurachterstand is, maar zij stelt wel dat ter aflossing van de huurachterstand over de periode oktober 2024 tot en met februari 2025 een bedrag van € 3.083,05 is betaald en dat de lopende huur sinds maart 2025 rechtstreeks vanuit de bijstandsuitkering van X aan Havensteder wordt betaald. De vordering is daarmee na het uitbrengen van de dagvaarding niet opgelopen. Ten aanzien van de gevorderde ontbinding en ontruiming verzoekt de bewindvoerder primair om deze af te wijzen en subsidiair om deze voorwaardelijk toe te wijzen zolang de lopende huur wordt betaald.
Beoordeling
Vaststaat dat de huur niet (volledig) is betaald en dat er thans sprake is van een huurachterstand van bijna negen maanden. Dit is een ernstige tekortkoming die in beginsel een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, maar de kantonrechter moet daarbij ook alle omstandigheden afwegen.
Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft de bewindvoerder een bedrag van € 3.083,05 betaald aan Havensteder. Daarmee staat vast dat de huurachterstand na dagvaarding in ieder geval niet is opgelopen. De lopende huur wordt ook betaald. Van belang is voorts dat X op dit moment schuldhulpverlening krijgt om een oplossing te vinden voor de huidige huurachterstand, zodat er voldoende zekerheid bestaat dat de huur zal worden betaald. Het behouden van de woning is voor X van blijvend belang, zowel om de financiële situatie te stabiliseren als om persoonlijke rust en stabiliteit te creëren. Een ontruiming van de woning zal in dit opzicht een verstorend en nadelig effect hebben. Bovendien heeft Havensteder verklaard niet voornemens te zijn om tot executie over te gaan indien de ontruiming wordt toegewezen. Zij wil het vonnis als “stok achter de deur” gebruiken. Gelet op alle genoemde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk moeten worden toegewezen en dat dit voldoende moet zijn om als stok achter de deur te werken. Dit houdt in dat X in de woning kan blijven wonen zolang de lopende huur (op tijd) wordt betaald en er niet een nieuwe huurachterstand ontstaat. De kantonrechter benadrukt hierbij dat de gevraagde ontbinding van de huurovereenkomst wordt toegewezen en dat X de woning alsnog zal moeten verlaten indien de lopende huur niet (op tijd) wordt betaald of als er een nieuwe huurachterstand ontstaat.
Meer voorwaarden
Deze uitspraak beperkt zich tot de voorwaarde dat de lopende huur moet worden betaald. Er worden ook wel andere voorwaarden gesteld. Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die de volgende voorwaarden oplegt:
- betalingsregeling van € 25 per maand nakomen
- lopende huur betalen
- binnen 1 maand beschermingsbewind aanvragen
De voorwaardelijke ontbinding biedt mogelijkheden om een huurder met schulden beter te beschermen.
Meer informatie
