WSNP-richtlijn kinderalimentatie in strijd met wet

Bron: André Moerman
uur

Sinds 1 juli 2010 wordt in de wsnp bij de berekening van het vrij te laten bedrag, op basis van een tussen rechters afgesproken richtlijn, standaard rekening gehouden met verschuldigde kinderalimentatie. Volgens de Hoge Raad is deze werkwijze in strijd met de wet en gaat het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten.

Het vrij te laten bedrag
Wanneer een alimentatieplichtige toegelaten wordt tot de wsnp dan is het de vraag hoe diegene z’n alimentatieplicht nog kan voldoen. Het bedrag dat vrijgelaten wordt in de wsnp, het zogenaamde ‘vrij te laten bedrag’ (vtlb) is namelijk afgeleid van de beslagvrije voet. Bij berekening van de  beslagvrije voet wordt geen rekening gehouden met onderhoudsverplichtingen. Wel kan in de wsnp de rechter commissaris het vrij te laten bedrag met een nominaal bedrag verhogen.

Tot 1 juli 2010
Tot 1 juli 2010 werd bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag geen rekening gehouden met onderhoudsverplichtingen. Er werd vanuit gegaan dat de alimentatieplichtige bij de rechtbank om nihilstelling zou vragen. Het zogenaamde ‘vtlb-rapport luidde destijds:
"Het beleid met betrekking tot bestaande alimentatieverplichtingen is afgestemd met de alimentatierechters en heeft geleid tot de volgende vuistregels:
- De schuldenaar moet verzoeken tot nihilstelling van zijn alimentatieverplichtingen;
- (....)
- Kan geen nihilstelling verkregen worden en moet naar de mening van de alimentatierechter alimentatie betaald worden, wordt vooralsnog gecorrigeerd voor te betalen alimentatie. Als de alimentatierechter van mening is dat de alimentatie uit het vtlb betaald kan worden, wordt niet gecorrigeerd.
In de praktijk wordt in de grote meerderheid van de gevallen de gevraagde nihilstelling toegestaan."

Vanaf 1 juli 2010
Vanaf 1 juli 2010 zijn de regels veranderd. Er wordt sindsdien wel bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag rekening gehouden  met verschuldigde kinderalimentatie.  In het ‘vtlb-rapport staat hierover o.a.:
"In het geval een onderhoudsplichtige ouder is toegelaten tot de schuldsanering, kan ervan worden uitgegaan dat het VTLB (vrij te laten bedrag) van die ouder is, dan wel zal worden verhoogd met de bij de rechterlijke uitspraak of overeenkomst vastgestelde kinderalimentatie, zij het per kind tot een maximum van het bedrag dat recht geeft op de persoonsgebonden aftrek als gevolg van de bijdrage in de onderhoudskosten van een kind (in 2010 € 136,- per maand). Deze aanbeveling geldt niet in het geval waarin de onderhoudsgerechtigde dan wel de rechthebbende ouder een Wwb-uitkering geniet. In dat geval is er geen reden af te wijken van het uitgangspunt dat de belangen van de overige crediteuren prevaleren boven die van de collectiviteit.“

Arrest Hoge Raad
Volgens de Hoge Raad gaat de rechter z’n boekje te buiten door het vrij te laten bedrag standaard met de verschuldigde alimentatie te verhogen.  De Hoge Raad oordeelt als volgt:

"3.5.3 De in art. 295 lid 3 F. aan de rechter-commissaris toegekende bevoegdheid het vrij te laten bedrag te verhogen is, zoals blijkt uit de in de vordering van de Procureur-Generaal onder 3.11 vermelde totstandkomingsgeschiedenis van dat voorschrift, niet bedoeld om de schuldenaar in staat te stellen al zijn niet in de schuldsanering betrokken financiële verplichtingen te voldoen, ook niet voor zover het daarbij gaat om alimentatieverplichtingen. De bevoegdheid is een discretionaire, bij het gebruik waarvan de rechter-commissaris met de omstandigheden van het geval rekening kan houden. Met dat uitgangspunt is niet verenigbaar dat rechters-commissarissen stelselmatig en zonder acht te slaan op de omstandigheden van het geval, voor schuldenaren op wie onderhoudsverplichtingen jegens minderjarige kinderen rusten, het vrij te laten bedrag verhogen met het bedrag waarop de alimentatie laatstelijk is vastgesteld, zij het met het vermelde maximum van € 136,-- per maand en per kind.
Hoezeer het op zichzelf uit een oogpunt van de bevordering van rechtszekerheid ook wenselijk is dat rechters in onderling overleg regelingen of aanbevelingen tot stand brengen op gebieden waar de wet hun grote beoordelingsvrijheid geeft, de hier bedoelde richtlijn staat op gespannen voet met het wetsvoorschrift waaraan deze invulling wil geven. Met de richtlijn wordt de kinderalimentatievordering bovendien een feitelijke voorrangspositie ten opzichte van de (overige) in de schuldsanering betrokken vorderingen verleend.
Het bewerkstelligen daarvan gaat, mede gelet op art. 3:278 BW, de rechtsvormende taak van de rechter te buiten. Dat klemt temeer, nu, naar in de vordering van de Procureur-Generaal onder 3.14 is uiteengezet, de minister in 2010 naar aanleiding van een in de Tweede Kamer aangenomen motie een onderzoek in het vooruitzicht heeft gesteld naar de vraag of aan onderhoudsverplichtingen jegens minderjarigen een wettelijk voorrecht moet worden toegekend. Dat uit de wet, in art. 1:400 lid 1 BW, voortvloeit dat onderhoudsverplichtingen jegens kinderen voorrang hebben boven andere alimentatieverplichtingen doet aan het vorenstaande niet af, nu dat voorschrift betrekking heeft op de vaststelling van de hoogte van die verplichtingen en enkel ziet op de rangorde van onderhoudsverplichtingen.

3.5.4 Het vorenstaande brengt mee dat de rechter die tot taak heeft een onderhoudsbijdrage ten behoeve van een kind van een schuldenaar op wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is, vast te stellen of te wijzigen, zich dient te richten naar hetgeen is overwogen in het hiervoor in 3.3 vermelde arrest van 2008 (rov. 3.3.2). Hij zal dus niet mogen vooruitlopen op een verhoging van het vrij te laten bedrag, in het bijzonder niet indien die verwachting stoelt op de richtlijn, nu die onverenigbaar is met de wet. Onderdeel 1 slaagt dan ook, nu het hof aansluiting heeft gezocht bij de meerbedoelde richtlijn en er op voorhand van is uitgegaan dat het vrij te laten bedrag was of zou worden verhoogd met de geldende alimentatiebedragen, zij het tot een maximum van € 136,--."

Consequenties
Het arrest van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat de schuldenaar die toegelaten wordt tot de wsnp en alimentatie verschuldigd is, bij de alimentatierechter om nihilstelling zal moeten vragen. De werkwijze van voor 1 juli 2010 zal dus weer gaan gelden. 
Voor de schuldenregeling in het minnelijk traject zullen de consequenties hetzelfde zijn.

Meer informatie:
- Hoge Raad 18 november 2011, LJN:BU4937
- Richtlijn berekening vrij te laten bedrag
- Hoge Raad 14 november 2008, LJN:BD7589 (nihilstelling alimentatie)
- Kamervragen Recourt (PvdA) en Van der Steur (VVD)


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn