Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders sept. t/m dec. 2014

Bron: André Moerman
uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maanden september t/m december 2014.


Op de gok bankbeslag leggen
Een deurwaarder legt tegelijkertijd beslag onder drie banken zonder dat er een concreet vermoeden bestaat dat betrokkene een bankrekening bij de betreffende banken heeft. Tijdens de zitting blijkt dat het deurwaarderskantoor deze werkwijze vaak hanteert.
De Kamer overweegt dat uit vaste (tuchtrechtelijke)jurisprudentie onder meer LJN: YB0190 blijkt dat het leggen van beslag onder één of meerdere banken zonder dat er een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat een betrokkene daar bankiert, niet is toegestaan. De deurwaarder is van mening dat de maatschappij nadien substantieel is veranderd en dat het thans algemeen gebruikelijk is dat (ook) door particulieren een of meerdere bankrekeningen worden aangehouden. Gelet daarop en op het recht van een schuldeiser op volledige voldoening van zijn vordering heeft de deurwaarder op daartoe aangevoerde gronden gemeend dat het gerechtvaardigd is om een pilot uit te voeren waarbij gelijktijdig beslag wordt gelegd onder de drie grootste banken. Op gronden als in de beslissing vermeld is de Kamer het niet met de deurwaarders eens en ziet geen aanleiding terug te komen op eerdere rechtspraak. De klacht wordt gegrond verklaard en de deurwaarder wordt de maatregel van een geldboete van € 2500 opgelegd. >>> Uitspraak 1, Zie ook Uitspraak 2 en Uitspraak 3

Beslag leggen zonder bewindvoerder te informeren en beslagvrije voet halveren
De deurwaarder legt loonbeslag zonder de bewindvoerder daarvan op de hoogte te stellen terwijl bij de deurwaarder de bewindvoerder wel bekend was. De deurwaarder halveert de beslagvrije voet omdat de debiteur geen informatie heeft verstrekt om de beslagvrije voet vast te stellen.
De Kamer overweegt dat indien bij een deurwaarder bekend is dat een schuldenaar onder bewind staat, als uitgangspunt geldt dat hij met de bewindvoerder dient te corresponderen. Exploten dienen mede aan de bewindvoerder te worden betekend. Een schuldenaar is nu juist onder bewind gesteld omdat hij als gevolg van zijn geestelijke en/of lichamelijk toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Vast staat dat de deurwaarder van het bewind op de hoogte was. Hij heeft verwijtbaar gehandeld door de bewindvoerder niet op de hoogte te stellen. Onder de gegeven omstandigheden past het halveren van de beslagvrije voet een redelijk handelend deurwaarder niet. Klacht gegrond verklaard, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak 1 Zie ook Uitspraak 2

Oneigenlijke druk bij tweede aankondiging beslag inboedel
De deurwaarder heeft ook erkend hij ten tijde van het versturen van de tweede aankondiging beslag roerende zaken op de hoogte was van de financiële situatie van klager en de afwezigheid van voor beslag vatbare roerende zaken. Gelet op de korte termijn die verstreken is na de eerder tevergeefs ondernomen beslagpoging en de kennis van de afwezigheid van voor beslag vatbare roerende zaken, is de Kamer van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van het uitoefenen van oneigenlijke druk. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Onverwijld met terugwerkende kracht aanpassen beslagvrije voet
De Kamer overweegt dat tussen de datum waarop het verzoek is gedaan en de datum waarop de gelden zijn teruggestort teveel tijd heeft gezeten. De beslagene heeft groot belang bij een tijdige en correcte vaststelling van een beslagvrije voet. Deurwaarders dienen daarom bij de toepassing en aanpassing van de beslagvrije voet grote zorgvuldigheid te betrachten. Dat is hier niet gedaan omdat de terugbetaling te lang op zich heeft laten wachten. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak 1  Zie ook Uitspraak 2

Ten onrechte beslagvrije voet verlagen met kindgebonden budget
De Kamer overweegt dat van een deurwaarder mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de wettelijke bepalingen met betrekking tot de beslagvrije voet en het beslagverbod van art. 45 AWIR. Gezien het maatschappelijk belang van een juiste toepassing van de beslagvrije voet en een snelle en correcte aanpassing daarvan indien daartoe aanleiding bestaat, is de Kamer van oordeel dat door de deurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. De Kamer rekent de deurwaarder verder aan dat hij ten onrechte geïncasseerde gelden op een andere bankrekening heeft overgemaakt dan door de bewindvoerder schriftelijk had opgegeven. De klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Beslag leggen op inkomen partner ondanks huwelijkse voorwaarden
De deurwaarder heeft beslag gelegd op het inkomen van X voor een vordering van Y terwijl zij op grond van huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd. De kamer is van oordeel dat nu de deurwaarder wist dat hij op het inkomen van X loonbeslag legde voor een vordering van Y, de redelijkerwijs in acht te nemen zorgvuldigheid met zich mee brengt dat de deurwaarder op voorhand het huwelijksgoederenregister had moeten raadplegen om te bezien of klagers wellicht op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd. Nu de deurwaarder dat niet heeft gedaan en derhalve ten onrechte beslag op het inkomen van X heeft gelegd, is er sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Niet beantwoorden van brieven
De kamer overweegt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat van een deurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven en e-mails met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn beantwoordt. Dit is niet gedaan. De Kamer rekent het de deurwaarder daarnaast in het bijzonder aan dat hij, nadat de klacht was ingediend, niet alsnog tot beantwoording van de desbetreffende brief is overgegaan. >>> Uitspraak

Stelselmatig ambtshandelingen verrichten, gericht op het verhogen van kosten
Het verwijt van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) dat de deurwaarders buitensporig hoge executiekosten aan schuldenaren berekenen en stelselmatig ambtshandelingen verrichten, die gericht zijn op het verhogen van de kosten van de executie, is terecht.
Geen deugdelijke grondslag voor in rekening gebrachte ontruimingskosten. Het is tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de deurwaarders zich niet hebben gehouden aan de wettelijke bepalingen met betrekking tot het overbetekenen van een beslag. Gezien de standaard werkwijze van de deurwaarders is het niet uitgesloten dat in meer dossiers de kosten van gelijktijdig uitgebrachte overbetekeningen niet zijn beperkt tot de kosten van één overbetekening. Het is de deurwaarders te verwijten dat zij structureel en in een dermate groot aantal dossiers direct bij aanvang van de executie, vrijwel gelijktijdig, telkens onder twee banken beslag hebben gelegd.
Gelet op de aard en de ernst van de handelwijze van de deurwaarders, met name de structurele basis van het handelen gedurende een langere periode in een groot aantal zaken, ziet het hof aanleiding aan de deurwaarders de maatregel van schorsing voor de duur van vijf maanden respectievelijk twee maanden op te leggen. >>> Uitspraak Zie commentaar.

Meer informatie
- overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
- website tuchtrechtspraak


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn