Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders april t/m juni 2015

Bron: André Moerman
uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maanden april t/m juni 2015.




Onnodig kosten maken bij ontruiming
De beroepsorganisatie van deurwaarders (KBvG) heeft een klacht ingediend tegen twee deurwaarders vanwege het onnodig maken van kosten bij ontruiming. Het betreft drie klachten.

1) De deurwaarders wordt verweten kosten in rekening te brengen voor exploten tot aanzegging van de datum van ontruiming, terwijl een zodanige aanzegging wettelijk niet is voorgeschreven. De Kamer is van oordeel dat hier verschillend over kan worden gedacht en dat daarmee niet is vast te stellen wie er gelijk heeft. Dat brengt met zicht mee dat dit in ieder geval niet tuchtrechtelijk laakbaar is.

2) De deurwaarders wordt daarnaast verweten kosten door te berekenen voor de kennisgeving bij afzonderlijk exploot aan het College van B&W van de gemeente waar de ontruiming plaatsvindt. De wet schrijft niet voor dat deze kennisgeving bij exploot moet geschieden.
De Kamer stelt vast dat deze kosten niet bij de schuldenaar in rekening zijn gebracht en daarmee is dit onderdeel van de klacht ongegrond.

3) De deurwaarders wordt als laatste verweten dat zij bij elke ontruiming een ‘vaste getuige’ opvoeren. De deurwaarders miskennen dat het opvoeren van een getuige conform artikel 556 lid 2 Rv een facultatieve bevoegdheid betreft. Dat brengt mee dat de deurwaarder per individueel geval een afweging moet maken over de noodzakelijkheid van de inzet van een getuige. Er mag geen sprake zijn van een gestandaardiseerde werkwijze. De deurwaarders hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij per individueel geval een afweging hebben gemaakt omtrent de noodzaak om een getuige mee te nemen. Dit wordt versterkt doordat zij in alle ontruimingszaken een getuige hebben meegenomen en dat de desbetreffende getuigen de processen-verbaal niet hebben ondertekend. Dit klachtonderdeel wordt door de Kamer gegrond verklaard. Beide deurwaarders wordt de maatregel van een geldboete van € 4000,00 opgelegd. >>> Uitspraak


Deurwaarder wil sleutel pas afgeven nadat eerst slotenmaker betaald wordt
Om beslag op de inboedel te leggen is het slot opengemaakt door een slotenmaker en vervolgens vervangen. De deurwaarder wil de sleutel van het slot pas aan de schuldenaar afgeven nadat eerst de kosten van de slotenmaker worden voldaan. Volgens de Kamer is dit tuchtrechtelijk laakbaar. Op zich kunnen de kosten (verschotten) verbonden aan de vervanging van het slot met in achtneming van het bepaalde in artikel 9 Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders worden meegenomen in de kosten van het proces verbaal van beslaglegging en aldus ook op schuldenaar worden verhaald. Maar het gaat niet aan om schuldenaar de toegang tot haar huis onmogelijk te maken zolang deze kosten niet worden voldaan. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak


Deurwaarder berekent ten onrechte informatiekosten, BFT start onderzoek
De deurwaarder heeft toegegeven dat op de specificatie kosten staan, die ten onrechte in rekening zijn gebracht. Volgens de deurwaarder is dit te wijten aan fouten van nieuwe nog niet ingewerkte medewerkers. Bepaalde kosten behoren voor rekening te komen van de opdrachtgever. Deze kosten zijn echter ten onrechte aan klagers berekend als gevolg van het gebruik van een verkeerde boekingscode in het gebruikte computersysteem Praclox. De deurwaarder doelt hierbij onder andere op de kosten voor informatie GBA en UWV en de administratiekosten.
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders gelast een onderzoek door het Bureau Financieel Toezicht ter beantwoording van de vraag of de deurwaarder in de jaren 2013 en 2014 meer dan incidenteel te hoge en onjuiste (exploot)kosten aan debiteuren in rekening heeft gebracht, om wat voor soort kosten het hierbij gaat en om in hoeveel dossiers dit heeft plaatsgevonden. >>> Tussenbeslissing
Zie ook Hof Amsterdam 27 januari 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:146


Woonplaats in Nederland, beslagvrije voet ten onrechte op nihil gesteld
De Kamer is van oordeel dat klager voldoende heeft aangetoond dat hij weer in Nederland woonachtig is. Het eindeloos nieuwe barrières opwerpen om geen beslagvrije voet vast te stellen is niet terecht. Op zich is het standpunt van de deurwaarders dat klager onvoldoende informatie heeft verschaft, niet onbegrijpelijk. Maar nu zij zich op het standpunt hebben gesteld dat klager aanvankelijk geen vaste woon- of verblijfplaats had, hadden zij op zijn minst aan hem om een huurovereenkomst kunnen vragen, toen klager zei te beschikken over een woonplaats. De deurwaarders hadden dus een beslagvrije voet moeten toepassen. Indien zij van mening waren dat de inlichtingen van klager onvoldoende waren dan had de beslagvrije voet hoogstens gehalveerd kunnen worden. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak


Passeren bewindvoerder en niet beantwoorden brieven
Vast staat dat de bewindvoerder de deurwaarder schriftelijk heeft medegedeeld dat klaagster onder bewind was gesteld en heeft verzocht het correspondentieadres van klaagster te wijzigen in dat van de bewindvoerder. Aan een dergelijk verzoek dient te worden voldaan omdat van een redelijk handelend deurwaarder mag worden verwacht dat deze in geval van een onder bewindstelling de bewindvoerder direct op de hoogte stelt van al hetgeen de bewindvoering aangaat (ECLI:NL:GHAMS:2014:2388) en dat exploten in ieder geval aan de bewindvoerder worden betekend. Bij de stukken bevindt zich geen enkele aan de bewindvoerder gerichte brief en de deurwaarder heeft ook niet aannemelijk kunnen maken dat er contact met de bewindvoerder is geweest. Van een deurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven met betrekking tot een bij hem in behandeling (geweest) zijnde zaak binnen een redelijke termijn beantwoordt. Dat is niet gedaan. Klachten gegrond, maatregel van berisping opgelegd. Voor het overige wordt het verzet ongegrond verklaard. >>> Uitspraak


Gelden niet direct afgedragen aan alimentatiegerechtigde
De deurwaarders hebben erkend dat niet is voldaan aan de Bestuursregel afwikkeling derdenbeslagen, waarbij wordt bepaald dat in zaken van levensonderhoud na iedere inhouding gelden dienen te worden afgedragen. Ook uit de overgelegde stukken blijkt dat er periodes zijn geweest waar eerst na drie, vier, of zes weken werd afgedragen. Dit klachtonderdeel dient gegrond te worden verklaard. Geen maatregel opgelegd. >>> Uitspraak


Beslag mede voor ontruimingskosten geoorloofd
Klager stelt dat een ontruimingsvonnis geen executoriale titel oplevert voor de ontruimingskosten. Klager is van mening dan er geen beslag ten laste van hem had mogen worden gelegd (mede) voor de ontruimingskosten. De Kamer overweegt dat op grond van het door de deurwaarders in het verweer en ter zitting ingenomen standpunt, welk verweer de Kamer verdedigbaar acht, en mede gelet op verschillende civiele uitspraken met betrekking tot de ontruimingskosten, dat door de deurwaarders op dit onderdeel van de klacht niet tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. De Kamer wijst in dat verband ook nog op een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden van 28 oktober 2014. Uit dat arrest kan samengevat worden afgeleid dat ontruimingskosten voor zover redelijk op de huurder kunnen worden verhaald ook indien daarover niets in het ontruimingsvonnis is opgenomen. De deurwaarders waren belast met de executie van een vonnis. Klager die het met de executie niet eens was, had zich met zijn bezwaren moeten wenden tot de executierechter. Klacht ongegrond verklaard. >>> Uitspraak


Ten onrechte aanzeggen ontruiming, terwijl vonnis daar geen titel voor geeft
De deurwaarder heeft erkend dat hij ten onrechte de ontruiming van de woning heeft aangezegd. De kamer overweegt dat het betekenen van een vonnis tot de kerntaken van een deurwaarder behoort en het bij exploot aanzeggen van een ontruiming zonder dat daar een titel voor is, een ernstige fout is. De deurwaarder had de inhoud en strekking van het exploot van betekening en het bevel beter moeten controleren. Hij draagt daarvoor de verantwoordelijkheid. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak


Deurwaarder communiceert structureel niet
Klager heeft onder meer aangevoerd dat er structureel niet door de deurwaarder wordt gecommuniceerd. Nu de deurwaarder heeft nagelaten schriftelijk richting de Kamer te reageren en hij ook niet ter zitting is verschenen om toe te lichten waarom zaken anders zouden liggen dan door klager gesteld, acht de Kamer de klacht met betrekking tot het structureel niet communiceren gegrond. Maatregel van berisping met aanzegging opgelegd. >>> Uitspraak


Deurwaarder verstrekt info aan familielid die schuldenaar wil helpen
Een familielid van klager heeft contact met de deurwaarder gezocht omdat zij iets wilde betekenen in de penibele situatie van klager en zijn echtgenote. Zij wilde wel een bedrag tegen finale kwijting voorstellen. In dit verband is haar door een van de medewerkers van de deurwaarder opgave van de schulden van klager gedaan.
Het verstrekken van gegevens van klager aan een derde zonder zijn toestemming is in strijd met artikel 5 van de Beroeps- en gedragsregels voor gerechtsdeurwaarders (de geheimhoudingsplicht) en de Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens. De door de deurwaarder aangevoerde argumenten verklaren zijn handelwijze, maar rechtvaardigen die niet. Klacht gegrond verklaard, maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak


Deurwaarder reageert niet adequaat op brieven
Van een deurwaarder mag worden verwacht dat hij brieven met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn beantwoordt. Nu beantwoording van de brieven van 26 april en 16 mei 2014 niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden, is de klacht terecht voorgesteld. Hierbij wordt mede in overweging genomen dat uit de overgelegde producties kan worden opgemaakt dat de deurwaarder, nadat de redelijke termijn was verstreken, op inhoudelijk onjuiste wijze op de brieven van klager heeft gereageerd. Daarnaast stelt klager in zijn brieven dat hij de vordering al heeft voldaan en ook op dit punt heeft de deurwaarder niet adequaat gehandeld daar zij toen geen navraag bij haar opdrachtgever dan wel bij klager heeft gedaan. Klacht erkent en gegrond verklaard. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak


Bevoegdheid tuchtrechter mbt misbruik bevoegdheid bankbeslag en beslagvrije voet
Uitgangspunt is dat de wetgever aan een beslag onder een bank geen beslagvrije voet heeft verbonden. Het betreft hier namelijk geen beslag op een vordering tot periodieke betaling. Dit betekent echter niet dat een schuldeiser zich in het geheel geen rekenschap hoeft te geven van de gevolgen van het leggen van een dergelijk beslag. Uit (civiele)rechtspraak (LJN:BB3135 en LJN:BK3544) blijkt dat er omstandigheden kunnen zijn waardoor er bij het leggen van een dergelijk beslag sprake kan zijn van misbruik van recht of een onrechtmatig gelegd beslag. Dat kan het geval zijn als de beslagvrije voet bewust zou worden ontdoken.
Het is echter niet aan de tuchtrechter om te beoordelen of er sprake is van een onrechtmatig gelegd beslag of misbruik van recht. Daarvoor dient klaagster zich te wenden tot de civiele rechter. Bij de tuchtrechter staat het handelen van de deurwaarder centraal. Daar geldt dat de deurwaarder, na te zijn ingeschakeld door een opdrachtgever, in beginsel zijn ministerie dient te verlenen. Wel dient hij als zelfstandig openbaar ambtenaar dergelijke opdrachten zorgvuldig te beoordelen. Daarbij mag van hem een kritische houding worden verwacht. Immers op een bepaald moment houdt de ministerieplicht ten opzichte van de opdrachtgever op en dient hij dit via een deurwaardersrenvooi voor te leggen aan de rechter (artikel 438 lid 4 Rv). Dergelijke omstandigheden doen zich hier niet voor. Klacht ongegrond verklaard. >>> Uitspraak


Beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht, omdat geld al is afgedragen?
De deurwaarder heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht kan worden aangepast, omdat de teveel ingehouden bedragen al zijn afgedragen aan de opdrachtgever.
Bij tussenbeslissing is de deurwaarder in de gelegenheid gesteld een overzicht over te leggen waaruit blijkt welke ingehouden bedragen aan zijn opdrachtgever zijn doorbetaald.. De deurwaarder heeft medegedeeld dat de inhoudingen welke hebben plaatsgevonden op de uitkering van klager in de periode mei 2013 tot en met maart 2014 direct zijn verrekend met de door de opdrachtgever aan de gerechtsdeurwaarder verschuldigde kosten. Volgens de deurwaarder dient deze verrekening te worden beschouwd als een tussentijdse betaling die heeft plaatsgevonden. De Kamer is het niet met de deurwaarder eens. De deurwaarder heeft met dit antwoord op geen enkele wijze inzicht heeft gegeven in de omvang van de bedragen die volgens hem zouden zijn afgedragen en de tijdstippen waarop dit heeft plaatsgevonden. Een tussentijdse afdracht is bovendien niet hetzelfde als interne verrekening van kosten. Het recht van een debiteur op terugbetaling van te veel ingehouden bedragen wordt niet opzij gezet doordat de ontvangen gelden worden bestemd ter dekking van gemaakte kosten. De klacht wordt alsnog gegrond verklaard. Het is tuchtrechtelijk laakbaar indien bij een beslaglegging teveel  ingehouden gelden die in beginsel dienen te worden gerestitueerd, niet onverwijld worden terugbetaald. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Eindbeslissing
Zie ook >>> Tussenbeschikking


Meer informatie
- overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
- website tuchtrechtspraak



Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn