Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders 2014-05

Bron: André Moerman
uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hierbij een selectie van uitspraken gepubliceerd in de maand augustus 2014.




Afwijzing klacht schuldeiser ivm niet verstrekken onderliggende stukken beslagvrije voet
De opdrachtgever (schuldeiser) dient een klacht in tegen de deurwaarder omdat de deurwaarder niet bereid is om de onderliggende stukken aan de hand waarvan de beslagvrije voet is berekend, te verstrekken. De deurwaarder heeft aangevoerd dat hij aan de gemachtigde van klager uitvoerig heeft toegelicht hoe de beslagvrije voet is berekend. Aan klager als executant komt echter niet het recht toe op inzage in de onderliggende stukken. Dergelijke stukken, zoals inkomensspecificaties, stukken met betrekking tot de woonlasten en dergelijke raken de persoonlijke levenssfeer van een schuldenaar. Deze stukken mag een deurwaarder in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens niet toezenden.
Het standpunt dat de deurwaarder heeft ingenomen en zijn daarop gebaseerde handelingen zijn niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm. Vertrouwelijke informatie als waarvan hier sprake is, mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor die informatie is verkregen, namelijk het vaststellen van de beslagvrije voet. Dat doel omvat niet een recht op controle door klager. Klacht ongegrond. >>> Uitspraak

Beslag leggen zonder voorafgaande mededeling openstaand bedrag
De klacht betreft het feit dat er beslag is gelegd zonder voorafgaande mededeling dat er nog een klein bedrag openstond. Hierdoor zijn weer onnodige kosten veroorzaakt. De Kamer is van oordeel dat van de deurwaarder in dit geval - klager stond onder begeleiding- en bij een eerder gemiste termijn zijn maar liefst drie brieven geschreven - verwacht had mogen worden dat hij met de gemachtigde contact had opgenomen alvorens tot beslaglegging over te gaan. Hiervoor bestond ook ruimschoots de gelegenheid, nu vier maanden zijn verstreken tussen het staken van de betalingen en het leggen van beslag. Ook gezien de hoge executiekosten, die de deurwaarder ter zitting overigens niet geheel kon verantwoorden en gelet op de geringe omvang van het restant verschuldigde, acht de Kamer het handelen van de deurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Ten onrechte gebruiken automatisch incasso voor ander dossier
Klager verwijt de deurwaarder bij het verstrekken van de opgave van de vordering in een dossier ten onrechte ook een gedeelte van de vordering in een ander dossier te betrekken, terwijl dat bedrag al was geïncasseerd, de voor een bepaald dossier gegeven automatische incasso ten onrechte heeft gebruikt voor voldoening van andere dossiers en klager ten onrechte geen compensatie is geboden over een periode van vijf jaar. Twee klachtonderdelen worden ongegrond verklaard maar het ten onrechte gebruiken van de automatische incasso voor andere dossier acht de Kamer tuchtrechtelijk laakbaar. Maatregel van berisping opgelegd. >>> Uitspraak

Klacht eigenaar woning over beslag op zijn inboedel en beschadiging slot
Op het adres van de eigenaar van de woning staat een schuldenaar ingeschreven. De deurwaarder heeft aan de schuldenaar beslag op inboedel aangekondigd. Omdat niemand aanwezig was heeft de deurwaarder zich ex artikel 444 Rv in aanwezigheid van een hulpofficier van justitie de toegang tot de woning verschaft. Op grond van voormeld artikel heeft de deurwaarder ter inbeslagneming toegang tot elke plaats. Dat het slot is geforceerd is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Dat daar kosten aan verbonden zijn is inherent aan het betreden van de woning. De kosten zijn voor rekening van de schuldenaar. Dat klager eigenaar is van de woning doet hieraan niet af. De deurwaarder stelt terecht dat hij niet is verplicht onderzoek te doen naar de eigendom van een woning om een mogelijke verhuurder in kennis te stellen van een beslag. Tuchtrechtelijk laakbaar handelen is niet gebleken.
Wanneer een deurwaarder beslag legt op zaken waarop een derde eigendom pretendeert, is het aan die derde om zich tegen het beslag te verzetten. Het moment waarop beslag wordt gelegd leent zich immers niet voor een uitgebreid onderzoek naar de eigendomsverhoudingen van in beslag genomen zaken. Verzet ongegrond. >>> Uitspraak

Te laat reageren op verzoek aanpassing beslagvrije voet
Klaagster verwijt de deurwaarder dat deze niet (dan wel te laat) reageert op verzoeken tot aanpassing van de beslagvrije voet. De deurwaarder heeft erkend dat tussen de datum waarop het verzoek is gedaan en de datum waarop de beslagen zijn opgeheven te veel tijd heeft gezeten. De Kamer acht de klacht daarom terecht voorgesteld. Geen maatregel opgelegd. >>> Uitspraak

Voor nasalaris geen opdracht opdrachtgever nodig
De klacht betreft het in rekening brengen van nasalaris zonder opdracht van de opdrachtgever. Met verwijzing naar rechtspraak van de Hoge Raad ten aanzien van het nasalaris oordeelt de Kamer dat de deurwaarder het vonnis aan klaagster kon betekenen en daarbij ook bevel kon doen tot betaling van het nasalaris. Anders dan klaagster meent, is een aparte opdracht voor het in rekening brengen van nasalaris niet noodzakelijk. De klacht wordt ongegrond verklaard. >>> Uitspraak

Ten onrechte BTW over nakosten berekend
In zijn verweer heeft de deurwaarder aangevoerd dat in vele uitspraken van lagere rechters bij een kostenveroordeling een zin wordt toegevoegd die luidt: “onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde btw”. In verband met deze (onduidelijke) formulering heerste in de deurwaarderspraktijk een verschil van mening over de uitleg van deze zin. In verband daarmee heeft de KBvG op 5 september 2012 aan al haar leden als formeel standpunt meegedeeld dat er geen btw (meer) mag worden gevorderd over het (na)salaris. In verband hiermee heeft de deurwaarder de btw componenten over het (na)salaris uit het dossier van klager verwijderd. De bedragen ter zake van salaris gemachtigde is teruggeboekt van € 71,40 naar € 60,00 en het bedrag aan nakosten is teruggeboekt van € 35,70 naar € 30,00, aldus de deurwaarder.
De Kamer stelt vast dat in het vonnis dat de deurwaarder ten laste van klager ten uitvoer heeft gelegd, de hierboven vermelde zin niet voorkomt. Er kon dus geen onduidelijkheid bestaan over de vraag of er al dan niet BTW over het (na)salaris mocht worden berekend. Op dit onderdeel van de klacht heeft klager een punt en is zijn klacht terecht voorgesteld.
Gelet op het feit dat de deurwaarder dit zelf heeft vastgesteld en de bedragen heeft tegengeboekt, kan de Kamer met de constatering dat de klacht op dit onderdeel terecht is voorgesteld volstaan. Er is geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel over te gaan. >>> Uitspraak

Meer informatie
- overzichten tuchtrechtspraak deurwaarders
- website tuchtrechtspraak


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn