Overzicht tuchtrechtspraak deurwaarders 2012-01

Bron: André Moerman
uur

Deurwaarders zijn onderworpen aan tuchtrechtspraak, uitgevoerd door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en in hoger beroep door het Hof Amsterdam. Hieronder een selectie van uitspraken gepubliceerd in de periode oktober 2011 t/m maart 2012



Vanaf welke datum beslagvrije voet met terugwerkende kracht aanpassen?

In 2007 is loonbeslag gelegd en in december 2010 is om herberekening van de beslagvrije voet gevraagd. Er is € 4.082,56 uit het beslag ontvangen waarvan € 2.106,42 als te veel kan worden aangemerkt. Het is volgens de deurwaarder niet redelijk en billijk en ook ondoenlijk om dat bedrag van de schuldeisers terug te vragen. Ontvangen gelden zijn doorgestort aan de schuldeisers en diverse dossiers zijn al afgesloten. Daar komt bij dat de beslagvrije voet op zich juist is bepaald met de kennis die aanwezig was. Het is volgens de deurwaarder de eigen schuld van betrokkene dat hij niet eerder aan de bel heeft getrokken.
Volgens de deurwaarder compenseert hij in dit soort gevallen wel eens in overleg met betrokkene de te veel geïncasseerde bedragen met het vakantiegeld. Ook dat was in dit geval niet meer mogelijk. Om betrokkene tegemoet te komen heeft hij aangeboden het geïncasseerde bedrag dat hij op 7 januari 2011 nog ten behoeve van de schuldeisers onder zich had terug te betalen. Dat bedrag (€ 367,55) is inmiddels uitbetaald. De deurwaarder beschouwde de zaak daarmee als afgedaan. De deurwaarder is van mening dat als klager een groter bedrag wenst, hij zich maar moet wenden tot de voorzieningenrechter.
Naar het oordeel van de Kamer geldt er in beginsel een verplichting tot terugbetaling voor een deurwaarder als achteraf blijkt dat een onjuiste beslagvrije voet is toegepast. De Kamer acht het standpunt van de deurwaarder echter niet tuchtrechtelijk laakbaar. De Kamer kan de deurwaarder volgen daar waar hij stelt dat voor een periode van een jaar het nog doenlijk is om terug te betalen en dat het voor het overige aan de executierechter is om te bepalen of met betrekking tot de periode daarvoor ook moet worden terugbetaald. Gelet op de specifieke omstandigheden van deze zaak kan van de deurwaarder niet gevergd worden een groter bedrag terug te betalen dan hij heeft gedaan. Verzet ongegrond. >>> Uitspraak

Beslagvrije voet met terugwerkende kracht aangepast: terugbetalen duurt te lang
De termijn gelegen tussen het bekend maken van de gewijzigde omstandigheden en de aanpassing van de beslagvrije voet heeft op zich niet zo lang geduurd dat reeds daarmee de normen van het tuchtrecht worden overschreden. Wel is de Kamer van oordeel dat het te lang heeft geduurd voordat het teveel ingehouden bedrag aan klaagster is terugbetaald. Daarbij is in aanmerking genomen dat het bankrekeningnummer van klaagster al bekend was, hetgeen ook door de gerechtsdeurwaarders is erkend. Klacht gegrond. De Kamer legt geen maatregel op. >>> Uitspraak

Eerst sommatie voordat beslag wordt gelegd
Het is volgens de Kamer niet algemeen gebruikelijk om na een vonnis eerst nog een brief tot betaling te schrijven. Het had echter naar het oordeel van de Kamer in dit geval in de rede gelegen om wel eerst nog een brief te sturen met sommatie tot betaling van het verschuldigde. De reden hiervoor is dat het vonnis was gewezen op tegenspraak en er minder was toegewezen dan het gevorderde.
Nu het schrijven van een brief tot betaling is nagelaten en er direct beslag op de zorgtoeslag is gelegd, heeft de deurwaarder naar het oordeel van de Kamer niet gehandeld als een goed deurwaarder betaamt. De Kamer legt geen maatregel op. >>> Uitspraak

Betalingsvoorstel dusdanig laag dat loonbeslag niet te voortvarend is gelegd
Het hof is - anders dan de kamer - van oordeel dat de handelwijze van de deurwaarder niet in strijd is met enige tuchtrechtelijke norm. Allereerst is het wettelijk uitgangspunt dat een schuldenaar alleen met toestemming van de schuldeiser bevoegd is om het verschuldigde in termijnen te voldoen. Dat houdt in dat een schuldeiser een aangeboden betalingsregeling mag weigeren. Anderzijds is het zo dat indien de deurwaarder een debiteur in de gelegenheid stelt om een betalingsvoorstel te doen, hij een tijdig gedaan voorstel van die debiteur dient af te wachten, voordat hij overgaat tot het nemen van (verdere) rechtsmaatregelen.
Onweersproken is komen vast te staan dat klager op 8 april 2010 met de deurwaarder een afspraak heeft gemaakt dat hij een betalingsvoorstel zou doen. Tevens staat vast dat klager op 12 april 2010 aan de deurwaarder een betalingsvoorstel heeft gedaan van € 200,- per maand ter aflossing van een schuld die op dat moment ongeveer € 10.000,- bedroeg. Voorts is gebleken dat er bij een door de deurwaarder te leggen loonbeslag ruim € 1.000,- per maand voor beslag vatbaar zou zijn. Het betalingsvoorstel week derhalve zo ver af van wat bij loonbeslag voor beslag vatbaar zou zijn dat de deurwaarder niet kan worden verweten dat hij te voortvarend heeft gehandeld door op 14 april 2010 loonbeslag te leggen. De omstandigheid dat klager via het loonbeslag heeft moeten vernemen dat zijn betalingsvoorstel was verworpen - hoe ongelukkig ook - maakt dit niet anders. Dat, zoals klager stelt, de deurwaarder niet serieus naar het betalingsvoorstel heeft gekeken is het hof in deze niet gebleken. De klacht is ongegrond. >>> Uitspraak

Bij ‘afgedwongen’ betalingsregeling geen rekening houden met beslagvrije voet?
De voorzitter heeft overwogen voor zover hier van belang:
‘Een betalingsregeling kan slechts worden getroffen met toestemming van de schuldeiser (artikel 6:29 BW). Deze wilde slechts akkoord gaan met een regeling van € 50,00 per maand. Daar zijn klagers mee akkoord gegaan. Dat de betalingsregeling is afgedwongen blijkt nergens uit. Dat klagers wellicht het gevoel hadden dat de regeling is afgedwongen, is iets anders. Nog los van het antwoord op de vraag of de gerechtsdeurwaarder kan worden verplicht klagers te wijzen op gefinancierde rechtsbijstand, was daar ook geen aanleiding voor. Het betrof een door klagers erkende vordering die in het incassostadium verkeerde. De beslagvrije voet is eerst aan de orde indien er beslag wordt gelegd op een periodiek inkomen zoals loon of uitkering. Het stond klagers vrij de betalingsregeling af te wijzen. Van overtreding van enige regel is geen sprake.’ Het verzet tegen deze beslissing is ongegrond. >>> Uitspraak

Kosten van betekening vonnis niet in verhouding tot bedrag?
In verzet heeft klager - kort samengevat - aangevoerd dat hij het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. In het bijzonder niet omdat in de beslissing van de voorzitter niet wordt ingegaan op het onderdeel van de klacht dat van het bij dagvaarding gevorderde bedrag van € 948,00 door de kantonrechter slechts € 70,00 is toegewezen en dat mede daardoor de kosten van betekening in geen verhouding tot dat bedrag staan.
Ook bij een veroordeling tot betaling van een gering bedrag mag tot betekening worden overgaan. Het was naar het oordeel van de Kamer wel beter geweest om, gelet op het geringe bedrag tot betaling waarvan klager is veroordeeld, klager eerst per brief om betaling te vragen, temeer nu het grootste gedeelte van de vordering van de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder was afgewezen. Gelet op de termijn van betekening, ruim vier weken na de datum van uitspraak, heeft klager daarentegen ook alle gelegenheid gehad om betekening te voorkomen door uit zichzelf tot betaling over te gaan. Verzet ongegrond. >>> Uitspraak

Herhaaldelijk dagvaarden, onnodig kosten maken
In deze zaak gaat het om de vraag in hoeverre het een deurwaarder is toegestaan als incassogemachtigde een debiteur te blijven dagvaarden voor nieuwe vorderingen, als er al een executoriale titel is of zelfs meer executoriale titels zijn voor eerdere vorderingen op dezelfde debiteur. Voor de deurwaarder is dat echter geen vrijbrief om als incassogemachtigde in het geheel geen rekening te houden met de belangen van een schuldenaar. De deurwaarder zal telkens zelf dienen te toetsen of de grenzen van het toelaatbare worden overschreden. Terecht heeft de kamer geoordeeld dat een deurwaarder een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de proportionaliteit van de te maken kosten. Het hof is met de KBvG van oordeel dat niet kan worden volstaan met de enkele gegrondverklaring van de klacht. Gelet op wat hiervoor is overwogen en gelet op de aard van de klacht (het onnodig maken van kosten) is het opleggen van een boete een passende sanctie. Klacht gegrond. Boete € 2.500,- >>> Uitspraak Zie over deze uitspraak eerder verschenen nieuwsbericht schuldinfo.

Meer informatie
- tuchtrechtspraak 


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn