Deurwaarder voorkomt schijnconstructie loonverpanding

Bron: André Moerman
uur

Een deurwaarder krijgt van een schuldeiser de opdracht om de verpanding van het loon mede te delen aan de werkgever van een schuldenaar. Het loon is verpand vanwege een schuld van € 22.000,00 als honorarium voor rechtsbijstandverlening. De deurwaarder vermoedt dat dit een schijnconstructie is om beslag op loon door andere schuldeisers onmogelijk te maken. Bestaat de vordering wel echt? De deurwaarder legt deze kwestie ter beoordeling voor aan de rechter. De rechter beslist als volgt.




In onderhavige zaak gaat het om een stille verpanding van een toekomstige (loon)vordering van X  aan Swizzbizznizz. Bij een dergelijke verpanding is waakzaamheid op zijn plaats, omdat de mogelijkheid bestaat dat de pandgever en pandnemer ‘onder een hoedje spelen’ teneinde andere partijen die verhaal zouden willen nemen op het loon van de pandgever buiten spel te zetten. In een dergelijk geval is het feit dat het gaat om een mogelijke paulianeuze transactie in combinatie met een eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten weldegelijk grond voor de gerechtsdeurwaarder om in een deurwaarderskortgeding aan de voorzieningenrechter de vraag voor te leggen of ministerie moet worden verleend. De opdrachtgever kan dan verschijnen en uitleg geven. Indien deze uitleg leidt tot het oordeel dat de transactie een reële is en niet een schijnhandeling die strekt tot benadeling van andere schuldeisers, kan de gevraagde medewerking alsnog worden verleend. Blijkt de verpanding echter geen betrekking te hebben op een reële schuld, maar slechts te zijn bedoeld om andere schuldeisers te benadelen, dan is sprake van valsheid in geschrift (artikel 225 Wetboek van Strafrecht) en zal de voorzieningenrechter tot het oordeel komen dat de gerechtsdeurwaarder zijn ministerie dient te weigeren.

Hoewel de gerechtsdeurwaarder dat niet kon weten op het moment dat hij zijn proces verbaal indiende, is voorshands aannemelijk dat laatstgenoemde situatie zich hier ook voordoet. Het lijkt erop dat met het te leggen pandbeslag andere schuldeisers die loonbeslag ten laste van X zouden willen leggen worden benadeeld. De verklaring van een medewerker van de werkgever van X (…) dat volgens X [naam] nog iets voor hem zou oplossen en hij aan X heeft gemeld dat er een brief naar zijn werkgever zou gaan, maar dat er feitelijk geen loonbeslag zou volgen. Uitgaande van deze verklaring lijkt het erop dat X zich er niet van bewust was wat de stille verpanding inhield. In het midden kan blijven of het de bedoeling was dat de verpanding niet werd geëffectueerd dan wel dat het voor X bestemde loon aan [naam] zou worden afgedragen, die dat dan geheel of gedeeltelijk zou doorbetalen. In ieder geval blijkt uit de door X afgelegde verklaring niet dat de verpanding betrekking had op een werkelijk bestaande schuld jegens [naam] dan wel Swizzbizznizz. Voorshands moet dan ook worden aangenomen dat sprake is van een schijnconstructie waarbij valsheid in geschrift is gepleegd. Indien de opdracht niet zou zijn ingetrokken, had de gerechtsdeurwaarder zijn ministerie moeten weigeren. (…)

De geanonimiseerde versie van deze uitspraak wordt op rechtspraak.nl geplaatst. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat de gerechtsdeurwaarder via de KBvG aan de ongeanonimiseerde versie van deze uitspraak bekendheid zal geven, teneinde collega deurwaarders van de inhoud daarvan op de hoogte te stellen. Daarmee kan worden voorkomen dat Swizzbizznizz c.q. [naam] deze of een soortgelijke verpanding opnieuw zal uitvoeren en zal willen doen betekenen.

Meer informatie

- Rb Amsterdam 5 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7363


Reageren?
- Reageer via schuldinfo op LinkedIn