Schulden

Beslag inkomen

Beslag overig

Vaste lasten

Schulden overheid

Kosten van schulden

Hulp bij schulden

Overige info

Klachten

Voorbeeldbrieven

Rekenprogramma

Nieuwsbrief

Met intimiderende brief druk uitoefenen om te betalen

Bron: André Moerman
uur

Het uitoefenen van druk hoort tot op zekere hoogte bij de werkzaamheden van incassobureaus en deurwaarders. Maar er zijn wel grenzen. Je mag niet zo maar met van alles dreigen. Zowel de Gerechtsdeurwaardersverordening als de Wet kwaliteit incassodienstverlening geeft hier regels voor. De Kamer voor gerechtsdeurwaarders lijkt deze normering soepel te nemen. Reden om vanuit SchuldInfo in een zaak hoger beroep aan te tekenen bij het gerechtshof Amsterdam.

Dreigen met een faillissement terwijl deze maatregel niet wordt genomen en alle onaangename gevolgen presenteren zonder te vermelden dat er eerst een rechtelijke toets plaatsvindt, is volgens het hof tuchtrechtelijk laakbaar.


Wat er aan voorafging 
Een deurwaarderskantoor heeft op 23 augustus 2023 van een sportschool een vordering op X ter incasso in behandeling gekregen. De vordering bedroeg, na verhoging met de incassokosten en wettelijke rente, € 206,96.

Vanaf augustus 2023 heeft de deurwaarder sommatiebrieven aan X verzonden met het verzoek om tot betaling over te gaan. Daarnaast heeft de deurwaarder verscheidene keren telefonisch contact gehad met klager en een huisbezoek aan het toenmalige adres van klager afgelegd. Deze contactmomenten en sommatiebrieven hebben niet tot betaling geleid.

Bij brief van 31 oktober 2024 heeft de deurwaarder X wederom gesommeerd tot betaling van het verschuldigde bedrag over te gaan. De tekst van de brief is als volgt:

“Geachte heer X ,

Tot op heden blijft u in gebreke met betaling van het door u verschuldigde.

Onze cliënte kan daarmede geen genoegen nemen en zij wenst derhalve, teneinde nog enige betaling te verkrijgen, dat wij uw faillissement aanvragen bij de Rechtbank.

Een en ander zal conform de faillissementswet plaatsvinden. Een curator zal worden aangesteld en deze zal een staat van baten en schulden opmaken.

Dat betekent dat alle post van u, als gefailleerde, bij hem/haar terecht komt, van welke aard deze post ook moge zijn.

Daarnaast zal uw faillissement openbaar worden gemaakt middels publicatie in de Staatscourant en een door de Rechter-commissaris aan te wijzen landelijk dagblad.

Van rechtswege verliest u beschikking en beheer over uw vermogen, zoals dit evenzeer geldt voor uw eventuele echtgeno(o)te.

U kunt deze aanvrage slechts dan voorkomen door BINNEN VIJF DAGEN na heden het thans verschuldigde te voldoen. Voor het juiste saldo dient u met ons in contact te treden.
(…)”

Tegen deze brief is een klacht ingediend bij de Kamer voor gerechtsdeurwaarders. Volgens de kamer is de klacht ongegrond.

De kamer overweegt dat de opdrachtgever de gerechtsdeurwaarder heeft verzocht om een faillissementsaanvraag aan te zeggen, omdat klager meermalen heeft toegezegd te gaan betalen zonder tot betaling over te gaan en klager de vordering niet heeft betwist. Met de brief is geen sprake van het uitoefenen van een oneigenlijke druk, nu in die brief geen maatregelen zijn aangekondigd die niet kunnen worden genomen. De hoogte van de vordering maakt niet dat geen faillissement mag worden aangevraagd. De toonzetting van de brief van 31 oktober 2024 had weliswaar iets anders gemogen, maar dit maakt niet dat een dergelijke brief niet verzonden had mogen worden.


Regelgeving
De volgende regels zijn van toepassing

Artikel 3.6 Gerechtsdeurwaardersverordening (Gdv)
1. De gerechtsdeurwaarder verricht ambtshandelingen voor zover de wet, een titel of het met de maatregel beoogde doel dit, mede gelet op de daaraan verbonden gevolgen, rechtvaardigt.
2. De gerechtsdeurwaarder oefent geen druk uit door maatregelen aan te kondigen die voor het beoogde doel in redelijkheid niet worden getroffen.

Artikel 3 Regeling kwaliteit incassodienstverlening (Rki)
1. De incassodienstverlener die een schuldenaar benadert neemt daarbij in ieder geval de volgende normen in acht:
a. hij oefent geen oneigenlijke druk uit door te dreigen met maatregelen die niet of nog niet kunnen of zullen worden genomen;
b. hij onthoudt zich van agressief, bedreigend of intimiderend taalgebruik;
c. (...)


Oordeel in hoger beroep
In hoger beroep komt het hof tot een ander oordeel dan de kamer. 

5.7. Het hof stelt voorop dat een van de kwaliteitseisen die de Wet kwaliteit incassodienstverlening stelt, inhoudt dat de incassodienstverlener zich in de omgang met schuldenaren en schuldeisers correct opstelt. Dit betekent onder meer dat degenen die belast zijn met het uitvoeren van incassowerkzaamheden contact onderhouden met de schuldenaar in een vorm die niet intimiderend of dreigend is en dat niet wordt gedreigd met bevoegdheden of maatregelen die (nog) niet ingezet kunnen worden. Vergelijk in dit verband het in de executiefase geldende artikel 441 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), waarmee is beoogd dat een verhaalsbeslag daadwerkelijk tot verhaal dient en niet uitsluitend mag worden ingezet als oneigenlijk pressiemiddel.

5.8. Het hof is, anders dan de kamer, van oordeel dat de klacht gegrond is. De aankondiging van een faillissementsaanvraag in de brief van 31 oktober 2024 was disproportioneel en in strijd met de hiervoor beschreven regelgeving. Een faillietverklaring kan pas worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een ten tijde van de aanvraag daarvan bestaand vorderingsrecht van de aanvragende schuldeiser alsmede van een steunvordering, waarbij de schuldenaar in de toestand is komen te verkeren dat hij heeft opgehouden te betalen. De gerechtsdeurwaarder heeft niet concreet gemaakt dat het gerechtsdeurwaarderskantoor, bij het schrijven van de brief, op de hoogte was van een (of meer) steunvordering(en). Het hof acht het daarom niet aannemelijk dat voor een vordering (van ongeveer € 200) als hier aan de orde, met een onbekend gebleven steunvordering, een faillissement zou worden aangevraagd als betaling niet zou volgen binnen de genoemde termijn. De feitelijke gang van zaken na de verzending van de brief wijst ook op het tegendeel: nadat betaling binnen de gestelde termijn was uitgebleven is geen faillissementsaanvraag ingediend, zoals was aangekondigd. Door een maatregel aan te kondigen die niet daadwerkelijk zou worden genomen heeft de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk uitgeoefend. Verder was de toonzetting van de brief intimiderend, doordat niet is uitgelegd dat na een faillissementsaanvraag nog een rechterlijke toets zou moeten plaatsvinden, maar het faillissement, met alle onaangename gevolgen daarvan, als een zekerheid is gepresenteerd. Een en ander is tuchtrechtelijk laakbaar.

Conclusie en maatregel
5.9. Het hoger beroep heeft succes. Uit het voorgaande volgt dat het hof, anders dan de kamer, van oordeel is dat de klacht gegrond is. De gerechtsdeurwaarder heeft oneigenlijke druk op klager uitgeoefend. Deze handelwijze van de gerechtsdeurwaarder is onjuist en het hof ziet aanleiding de gerechtsdeurwaarder daarvoor een maatregel op te leggen. Het hof acht de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Omdat het hof tot een ander oordeel is gekomen dan de kamer, kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven en zal deze worden vernietigd.

Het hof is anders dan de kamer, van oordeel is dat de klacht gegrond is. De deurwaarder heeft oneigenlijke druk uitgeoefend. Het hof legt hiervoor de maatregel van waarschuwing op. De deurwaarder wordt in de kosten van de procedure veroordeeld (in totaal € 3200,-).

Het hof geeft met deze uitspraak onder meer uitleg aan art. 3 van de  Regeling kwaliteit incassodienstverlening. Deze regels gelden niet alleen voor deurwaarders, maar ook voor ncassobureaus en incasso advocaten.


Meer informatie


<< Nieuwsoverzicht