
Afbeelding Pixabay
Wat er aan vooraf ging
Er ligt beslag op de AOW. Bij e-mail van 20 januari 2023 heeft de belastingadviseur van X de deurwaarder geïnformeerd dat de inhouding te hoog was. Hierop heeft de deurwaarder op 23 januari 2023 geantwoord dat de nieuwe beslagvrije voet aan de SVB was doorgegeven.
Per 1 juli 2023 is de AOW-uitkering van X verhoogd. Op 25 juli 2023 heeft X de volgende e-mail (met als onderwerp “[naam gerechtsdeurwaarderskantoor]: Verzot op bloed!”) aan het kantoor van de deurwaarder gestuurd:
“Kanker dieven die alleen maar met ondernormen werken: een AOW verhoging is er ter compensatie van hogere levensomstandigheden en niet om integraal naar een bloeddorstige wen ziekelijk rancuneuze deurwaarder te laten vloeien!!!”
Op 26 juli 2023 heeft klager de volgende e-mail (met als onderwerp “Klacht naar KBvG”) aan het kantoor van de deurwaarder gestuurd:
“Kanker dieven, als dit gestolen geld (verhoging AOW en alles waar je vanaf hebt te blijven) niet voor donderdagmiddag op mijn rekening staat gaat er een klacht naar KBvG. Want ik laat mijn leven niet verder kapot maken door gewetenloze schurken die zich profileren als heiligen maar met hun satanische streken Judas nog een kleur doen krijgen!”
Vervolgens heeft X een klacht bij de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders ingediend.
Beoordeling door de kamer
De voorzitter heeft de klacht als ‘kennelijk ongegrond’ afgedaan. Hiertegen heeft betrokkene verzet aangetekend. Onder verwijzing naar artikel 475d Rv heeft de kamer overwogen dat de beslagvrije voet voor de duur van twaalf maanden wordt vastgesteld en dat deze opnieuw (binnen die twaalf maanden) kan worden vastgesteld wanneer de deurwaarder met redenen omkleed wordt geïnformeerd over een structurele wijziging van omstandigheden die van belang is voor de vaststelling van de beslagvrije voet. Vervolgens heeft de kamer geoordeeld dat de aanpassing van de AOW-uitkering van klager in juli 2023 niet maakte dat de gerechtsdeurwaarder verplicht was de beslagvrije voet zonder verzoek hiertoe ook aan te passen, maar dat het op de weg van X lag om hiertoe een onderbouwd verzoek bij dedeurwaarder in te dienen. X heeft dit niet gedaan, zodat volgens de kamer de deurwaarder tuchtrechtelijk niets valt te verwijten.
Beoordeling door het hof
Tegen de uitspraak van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft betrokkene hoger beroep aangetekend. Het hof oordeelt als volgt:
De wetgever heeft bij de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (per 1 januari 2021) het volgende tot uitgangspunt genomen. Bij het bepalen van de termijn van herberekening is er een afweging gemaakt tussen een zo actueel mogelijke beslagvrije voet en het beperken van de administratieve lasten voor de uitvoering. De bijstandsnorm wordt halfjaarlijks geïndexeerd en voor de toeslagen geldt dat deze jaarlijks aan wijzigingen onderhevig zijn. Daarom is in de wet vastgelegd dat de beslagvrije voet in ieder geval één keer in de twaalf maanden moet worden herberekend.
In antwoord op kamervragen – na de invoering van de wet – over een mogelijke verplichting voor de gerechtsdeurwaarder om bij alle periodieke wijzigingen van de bijstandsnorm de beslagvrije voet te herberekenen, antwoordde de minister het volgende:
“Door de halfjaarlijkse indexering van de bijstandsnorm en andere aan het minimumloon gekoppelde uitkeringen kan het voorkomen dat een deurwaarder een hoger bedrag kan innen dan vóór de indexering. In bepaalde situaties kan het gaan om enkele euro’s. Naast de jaarlijkse herberekeningsplicht van de beslagleggende partij, verplicht de wet de beslagleggende partij ook om de beslagvrije voet opnieuw te berekenen als hij met redenen omkleed wordt geïnformeerd over een structurele wijziging van omstandigheden. Dit vergt een actieve handeling van de burger voordat de beslagleggende partij tot herberekening is gehouden. Indexatie leidt tot een structurele wijziging van het inkomen. Dit betekent dat als de beslagleggende partij door (of namens) de burger wordt geïnformeerd over de indexatie, hij verplicht is de beslagvrije voet opnieuw te berekenen.”
Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder wettelijk niet verplicht was om op eigen initiatief de beslagvrije voet van klager aan te passen, bij de periodieke halfjaarlijkse wijziging van zijn AOW-uitkering. Klager had hiertoe de gerechtsdeurwaarder slechts hoeven te informeren over de voor hem geldende wijziging. De emails van klager aan (het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder van 25 en 26 juli 2023 kunnen, mede gezien de grove taal, niet als een dergelijke mededeling worden gezien. Het hof acht daarom, net als de kamer, de klacht ongegrond.
Dienstbaarheid
Het is op zich begrijpelijk dat het hof de scheldpartij van betrokkene niet als een verzoek om herberekening van de beslagvrije voet beschouwt . Wel is duidelijk dat betrokkene boos is dat de verhoging van de AOW volledig naar de deurwaarder gaat. Mag dan van de deurwaarder wel worden verwacht dat betrokkene om de noodzakelijke gegevens wordt gevraagd om een herberekening te kunnen maken. Dit wordt echter niet door de kamer en het hof overwogen.
In tegenstelling tot bij de beoordeling door de Nationale ombudsman lijkt in het tuchtrecht weinig plaats te zijn voor de beoordeling van behulpzaamheid. Mogelijk dat met invoering van het dienstbaarheidsbeginsel bij de Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht hierin verandering kan brengen. In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om de volgende bepaling aan de Algemene wet bestuursrecht toe te voegen:
Artikel 2:4a
Het bestuursorgaan stelt zich bij het uitoefenen van zijn taak dienstbaar op.
Aangezien deurwaarders bij de uitoefening van ambtshandelingen bestuursorgaan zijn, zal ook deze nieuwe bepaling op hen van toepassing worden. Overigens is dan nog wel de vraag in welke mate dienstbaarheid verwacht kan worden wanneer een debiteur zich zo onbehoorlijk gedraagt.
Wat kan de debiteur zelf doen?
De deurwaarder is wettelijk verplicht om de beslagvrije voet één keer per 12 maanden te berekenen. Wanneer de deurwaarder bijvoorbeeld in oktober beslag op de uitkering legt zal de beslagvrije voet berekend worden op basis van het gemiddeld inkomen volgens de polisadministratie over de maanden juni t/m augustus. De deurwaarder is wettelijk verplicht om uiterlijk 12 maanden later een herberekening te maken. Dit heeft tot gevolg dat, wanneer er niets gebeurt, de indexering van de uitkering in januari en in juli naar de deurwaarder wordt overgemaakt.
Het is dus zaak om in januari en in juli bij de deurwaarder om herberekening van de beslagvrije voet te vragen. Doe bij dit verzoek de nieuwe specificatie van de uitkering.
Het is overigens niet nodig om bij een bijstandsuitkering, IOAW- of IOAZ-uitkering om een herberekening te vragen. Sinds 1 januari 2022 geldt voor dit beslag een beslagvrije voet van 95% van het inkomen.
Meer informatie
