* Hoe hoog de vordering oploopt wanneer € 974 via vonnis en beslag wordt geïnd ervanuit gaande dat het beslag 10 maanden duurt.
Wat er aan vooraf ging
Met een dagvaarding en na vonnis beslagleggen kunnen de kosten behoorlijk oplopen. In dit geval betrof het een premieachterstand van € 974,-.
De onder bewind gestelde X had een zorgverzekeringsovereenkomst met DSW. Op grond van die zorgverzekeringsovereenkomst was hij maandelijks premie verschuldigd aan DSW. X heeft een achterstand laten ontstaan in de premiebetaling. Daarom eist DSW in deze procedure betaling van de achterstallige premies. Zij eist ook een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en rente.
De bewindvoerder vindt dat de eis moet worden afgewezen, omdat DSW onredelijk heeft gehandeld door op 3 december 2025 een dagvaarding uit te brengen. De bewindvoerder heeft GGN namelijk op 12 november 2025 laten weten dat een schuldhulpverleningstraject was gestart. De schuld aan DSW werd niet betwist. Er was daarom geen noodzaak voor een vonnis en GGN had de kosten van deze procedure moeten voorkomen.
De rechter oordeelt als volgt
De vordering wordt grotendeels toegewezen, maar toch moet de zorgverzekeraar zelf de proceskosten dragen.
"De kantonrechter vindt namelijk dat DSW de kosten van deze procedure onnodig heeft gemaakt. De bewindvoerder heeft op 12 november 2025 aan GGN (de gemachtigde van DSW) een brief gestuurd, waarin staat dat zij zo snel mogelijk een schuldhulpverleningstraject wil doorlopen om de problematische schulden van [onder bewind gestelde] op te lossen. Daarin staat verder dat het minnelijk traject per die datum aanvangt met de inventarisatie van de schulden. De bewindvoerder vraagt GGN in de brief om de vorderingen die bij haar in behandeling zijn door te geven aan de bewindvoerder. GGN heeft vervolgens in een brief van 20 november 2025 de schuld van DSW waar het in deze zaak over gaat doorgegeven. Die schuld is door de bewindvoerder niet betwist. Van DSW had vervolgens verwacht mogen worden dat zij de bewindvoerder de gelegenheid had gegeven om ook de overige schulden te inventariseren en alle schuldeisers (waaronder DSW) een aanbod voor een minnelijk akkoord te doen. Dit heeft DSW niet gedaan. Ze heeft na twee weken (op 3 december 2025) een dagvaarding uitgebracht. Dit is in de gegeven omstandigheden onbegrijpelijk. De schuld werd immers niet betwist en de bewindvoerder had redelijkerwijs in die periode nog geen aanbod kunnen doen. Een dagvaarding diende op dat moment geen enkel redelijk doel. De kantonrechter zal daarom de proceskosten compenseren."
Onnodig kosten maken
Een debiteur heeft geen recht op uitstel of een betalingsregeling, maar een schuldeiser mag ook geen onnodig kosten maken. Bij dagvaarden terwijl een schuldregeling wordt voorbereid is hier sprake van. Deze handelwijze is overigens vooral nadelig voor andere schuldeisers:
- De vordering wordt in verhouding tot de totale schuld hoger, waardoor deze schuldeiser een hoger percentage en andere schuldeisers een lager percentage zullen ontvangen.
- Als gevolg van een arrest van de Hoge Raad wordt de duur van de schuldregeling, die normaal gesproken 18 maanden duurt, in beginsel verkort met de periode dat er loonbeslag ligt. Ook dit betekent dat de andere schuldeisers minder krijgen.
Toch is een uitspraak als deze van de rechtbank Rotterdam uitzonderlijk. Meestal wordt er geen verweer gevoerd. Goed om dit wel te doen, zo blijkt nu. Het is overigens niet gezegd dat elke rechter tot hetzelfde oordeel zal komen aangezien er geen wettelijk recht op uitstel is.
Tuchtrechtelijk laakbaar?
Overigens heeft niet alleen de schuldeiser, maar ook de deurwaarder een eigen verantwoordelijkheid. Het is niet aan de deurwaarder om de schuldeiser de toegang tot de rechter te ontzeggen. Als een schuldeiser wil dat er gedagvaard wordt zal de deurwaarder deze moeten betekenen. Echter als er eenmaal een vonnis is, zal de deurwaarder ook in bepaalde mate rekening moeten houden met de belangen van de debiteur. Zo heeft de kamer voor gerechtsdeurwaarders geoordeeld, bevestigd door het hof Amsterdam in hoger beroep, dat het zonder enige aankondiging leggen van bankbeslag nadat de bewindvoerder ten behoeve van een schuldregeling de hoogte van de schuld heeft opgevraagd, tuchtrechtelijk laakbaar is. De deurwaarder kreeg een berisping en een geldboete van € 200 opgelegd (ECLI:NL:GHAMS:2024:1).
Een ander voorbeeld betreft het niet reageren op berichten van schuldhulpverlening maar wel loonbeslag leggen. Deze deurwaarder kreeg een berisping opgelegd (ECLI:NL:TGDKG:2025:124).
Dit betekent dus niet dat er geen beslag gelegd mag worden, maar er moet wel zorgvuldig gereageerd worden, voordat er eventueel beslag gelegd mag worden.
Meer informatie
- Rechtbank Rotterdam 1 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5187
- Schulden klein houden door de rechter
- Gerechtshof Amsterdam 9 januari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1
- Kamer voor gerechtsdeurwaarders 19 september 2025, ECLI:NL:TGDKG:2025:124
- Achtergrondinfo proceskosten
- Achtergrondinfo executiekosten
- Schulden klein houden
