Hulp bij Rekenprogramma kwijtschelding / betalingscapaciteit

Algemene gegevens

Gezinssituatie:
Kies de gezinssituatie die van toepassing is.
Het gaat hier om de feitelijke situatie. Dus indien bij een echtpaar de bijstand volgens de alleenstaandennorm of de eenoudernorm wordt verstrekt, bijvoorbeeld omdat de echtgenoot geen geldige verblijfstitel heeft, dan geldt als gezinssituatie die van echtparen.
Indien men alleen woont, maar een echtgenoot en eventueel kinderen onderhoudt die in het buitenland wonen, dan geldt de echtparennorm.
Als bij een alleenstaande ouder het jongste thuiswonende kind 18 jaar of ouder is, vermeld dan als gezinssituatie ‘alleenstaande’.

 

Wajong-uitkering:
Mensen met een Wajong-uitkering hebben netto een hogere uitkering dan een bijstandsuitkering. Dit meerdere (de jonggehandicaptenkkorting) telt niet mee voor kwijtschelding. Door de vraag met ja te beantwoorden berekent het programma dit automatisch.

Bereken kwijtschelding/betalingscapaciteit voor:

Het berekenen van de betalingscapaciteit gebeurt volgens landelijke regels. Gemeenten en waterschappen mogen alleen de kwijtscheldingsnorm zelf vaststellen. De kwijtscheldingsnorm is een normbedrag voor de kosten van bestaan. Het verschil tussen het netto besteedbaar inkomen en de kwijtscheldingsnorm bepaalt de beschikbare betalingscapaciteit.

 

Maak een keuze voor de soort belastingen of vermeld het percentage voor de kwijtscheldingsnorm. De volgende normen gelden:

90% van de toepasselijke bijstandsnorm:

  • kwijtschelding en betalingsregeling Rijksbelastingen;
  • betalingsregeling terug te betalen toeslagen (huur-, zorg, en kinderopvangtoeslag);

100% van de toepasselijke bijstandsnorm:

  • kwijtschelding gemeentelijke belastingen Arnhem
  • kwijtschelding waterschap Rivierenland
  • kwijtschelding waterschap Rijn en IJssel

 

Andere gemeenten en waterschappen:Informeer welk percentage de gemeente of waterschap hanteert en vermeld het in het programma.

Inkomsten

Vermeld het netto bedrag van het inkomen per maand van het gezin (niet van de kinderen).


Vermeld de volgende inkomsten, o.a.:

  • loon;
  • free-lance inkomen;
  • uitkeringen;
  • pensioen;
  • alimentatie, ook kinderalimentatie;
  • studiefinanciering, tegemoetkoming studiekosten (normbedrag levensonderhoud en toeslag eventuele partner)


Wanneer over het inkomen geen loonheffing is afgedragen, zoals bij partneralimentatie en inkomsten van alfa-hulpen, dan moet het brutobedrag vermeld worden.
Vermeld bij studiefinanciering of tegemoetkoming studiekosten het normbedrag voor levensonderhoud en indien van toepassing een toeslag voor een partner of eenoudergezin, ongeacht het werkelijk ontvangen bedrag. Indien er naast studiefinanciering ook andere inkomsten zijn en het totaal bedraagt meer dan het normbedrag voor levensonderhoud, vermeld dan van die inkomsten alleen het meerdere.

 

Vakantiegeld
Vermeld het netto vakantiegeld per maand (bedrag per jaar, gedeeld door 12). Wanneer het bedrag niet bekend is, neem dan 7% van het netto inkomen per maand. Neem bij AOW en andere uitkeringen op bijstandsniveau 5% van het netto inkomen per maand.

 

Voorlopige teruggaaf heffingskortingen:
Vermeld de voorlopige teruggaaf heffingskortingen die maandelijks van de belastingsdienst ontvangen wordt:

  • heffingskorting minstverdienende partner;
  • inkomensafhankelijke combinatiekorting;
  • alleenstaande ouder korting;
  • aanvullende alleenstaande ouderkorting.


Voor werkende alleenstaande ouders, waarvan het jongste kind jonger dan 5 jaar is, tellen de volgende heffingskortingen niet mee:

  • inkomensafhankelijke combinatiekorting;
  • aanvullende alleenstaande ouderkorting.

 

De volgende inkomsten tellen niet mee, o.a.:

  • bijzondere bijstand voor specifieke kosten;
  • langdurigheidstoeslag;
  • vrijlatingsregeling (6 maanden) voor WWB-ers;
  • vrijwilligersvergoeding en uitstroompremie voor WWB-ers;
  • huurtoeslag, zorgtoeslag, kinder(opvang)toeslag;
  • kinderbijslag;
  • pleegoudervergoeding;
  • persoonsgebonden budget;
  • extra verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering (hulpbehoevendheid);

Woonkosten

Bij de berekening van de betalingscapaciteit wordt rekening gehouden met de netto woonlasten, d.w.z. de rekenhuur verminderd met de ontvangen huurtoeslag en woonkostentoeslag. De rekenhuur is de kale huur verhoogd met een aantal servicekosten. Dit bedrag is te vinden op de huurspecificatie of de huurtoeslagbeschikking. Indien de rekenhuur niet, maar de kale huur en servicekosten wel bekend zijn, kan de rekenhuur in de linkerkolom berekend worden.
Vermeld in het geval van een eigen woning de hypotheekrente en erfpachtkanon. Het aflossingsbedrag telt niet mee.

 

Wanneer de rekenhuur meer bedraagt dan de maximale rekenhuur waarvoor huurtoslag verkregen kan worden, dan wordt bij de berekening uitgegaan van dit maximum bedrag.

Premie ziektekostenverzekering

Bij de berekening van de betalingscapaciteit wordt rekening gehouden met de verschuldigde premie ziektekostenverzekering, verminderd met de normpremie die voor eigen rekening komt en de ontvangen zorgtoeslag.

 

Vermeld het totaal van de premies voor de ziektekostenverzekering, dus zowel de premie voor de basisverzekering als voor de aanvullende verzekering en vermeld de ontvangen zorgtoeslag per maand.

Overige kosten

Bij de berekening van de betalingscapaciteit wordt nog rekening gehouden met een aantal overige kosten.

 

Betaalde alimentatie:
Vermeld de betaalde alimentatie voor de ex-echtgenoot en kinderen. Wanneer de sociale dienst op basis van de onderhoudsverplichting bijstand verhaalt vanwege aan de ex-echtgenoot verstrekte bijstand, kan ook dit maandelijks bedrag vermeld worden.

 

Te betalen belastingschulden per maand:
Let op: De berekening wordt gemaakt voor een bepaalde belastingaanslag of terug te betalen toeslag. Vermeld hier alleen het bedrag van andere te betalen belastingschulden. Het kan hierbij gaan om Rijksbelastingen, gemeentelijke belastingen of waterschapslasten. Er wordt geen rekening gehouden met toekomstige aanslagen, dus de aanslag moet al zijn opgelegd.

 

Terug te betalen toeslagen per maand:
Let op: De berekening wordt gemaakt voor een bepaalde belastingaanslag of terug te betalen toeslag. Vermeld hier geen bedrag indien de berekening wordt gemaakt om de betalingscapaciteit te bepalen voor terug te betalen toeslagen.
Indien de berekening gemaakt wordt voor kwijtschelding of een betalingsregeling voor een belastingaanslag, dan wordt wel rekening gehouden met terug te betalen toeslagen per maand (huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag en kindgebondenbudget).