UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Verplichte beslagvolgorde

Wanneer de debiteur meerdere inkomsten heeft, bepaalt de wet op welk inkomen beslag gelegd moet worden. De beslagvolgorde is:

  1. uitkering Participatiewet
  2. uitkering overige sociale zekerheidswetten (uitgezonderd kinderbijslag)
  3. uitkering of buitengewone pensioen oorlogsgetroffenen
  4. bezoldiging voor ambtenaren
  5. loon
  6. levens-, invaliditeits-, ongevallen- of ziekengeldverzekering
  7. pensioen en lijfrente
  8. voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting
  9. alimentatie


Dus wanneer de debiteur loon ontvangt aangevuld met een bijstandsuitkering dan moet er beslag gelegd worden op de bijstandsuitkering.
Wanneer de debiteur twee inkomsten ontvangt behorende tot dezelfde categorie, bijvoorbeeld een WAO-uitkering en een ANW-uitkering, dan moet er beslag gelegd worden op het hoogste inkomen.

Er mag afgeweken worden van de beslagvolgorde wanneer er vanwege de hoogte van het inkomen anders op twee inkomens beslag gelegd zou moeten worden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn loon met een kleine uitkering.

Bijvoorbeeld:
De debiteur heeft € 1200 loon en € 100 uitkering. De deurwaarder moet dan in beginsel beslag leggen op de uitkering. Hiervan mag worden afgeweken wanneer het beslag op het loon meer dan € 100 zal opleveren.


De verplichte beslagvolgorde heeft overigens geen invloed op de bevoegdheid om te verrekenen. Dus ontvangt een debiteur loon aangevuld met een bijstandsuitkering, dan kan de werkgever wel op het loon verrekenen, ook al staat de bijstandsuitkering bovenaan in de beslagvolgorde.

Vernietigen
Een beslag dat in strijd met deze beslagvolgorde is gelegd kan tot drie jaar na het leggen van het beslag worden vernietigd. Dat kan per gewone brief. Dit heeft tot gevolg dat alles wat is geïnd moet worden terugbetaald en de in rekening gemaakte kosten moeten worden tegengeboekt.

UitsprakenMeer informatie

Vaststellen en bekendmaken beslagvrije voet

De beslagvrije voet wordt vastgesteld aan de hand van gegevens uit de Basisregistratie personen (BRP) en de UWV-polisadministratie. Aan de hand van de BRP wordt de leefsituatie vastgesteld (zie hierna).
Uit de UWV-polisadministratie worden de inkomsten van de debiteur en de eventuele partner opgehaald. Het belastbaar inkomen wordt berekend op basis van het meest recente maandinkomen na afloop van het aangiftetijdvak. Om de beslagvrije voet in oktober te berekenen wordt in de polisadministratie gekeken naar het inkomen in augustus. Wanneer het inkomen geen reële afspiegeling vormt omdat het fluctueert, wordt het gemiddelde over vier maanden berekend.
Uiterlijk bij de overbetekening van het beslag aan de debiteur, waarbij de debiteur een afschrift ontvangt van het beslag, wordt de beslagvrije voet medegedeeld. De mededeling bestaat o.a. uit:

  • hoogte van de beslagvrije voet
  • leefsituatie
  • bruto inkomsten en de periode waarover vastgesteld
  • hoogte vakantiegeld
  • hoogte eventuele bonus of dertiende maand
  • netto inkomsten die niet onder het beslag liggen
  • bruto en netto inkomsten partner


De debiteur kan onder meer aan de hand van de eigen salarisstroken de gegevens controleren. Hij moet binnen vier weken reageren wanneer de gegevens niet juist zijn. Bovendien moet hij in het geval van hoge woonlasten of een eigen woning de woonkosten doorgeven. Zie hoogte beslagvrije voet.

Vaststellen leefsituatie

Aan de hand van de BRP wordt de leefsituatie vastgesteld. Er wordt een onderscheid gemaakt in:

  • alleenstaand, geen kinderen jonger dan 18 jaar
  • alleenstaand met één of meer kinderen jonger dan 18 jaar
  • gehuwd, geen kinderen jonger dan 18 jaar
  • gehuwd met één of meer kinderen jonger dan 18 jaar


Voor de vaststelling van de beslagvrije voet wordt men alleen aangemerkt als gehuwd of geregistreerd partner wanneer men op hetzelfde adres woont. Met gehuwd wordt gelijk gesteld het voeren van een gezamenlijke huishouding in de betekenis van de Participatiewet, d.w.z.:

  • hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, en
  • blijk geven zorg te dragen voor elkaar;
  • d.m.v. het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding;
  • dan wel anderszins.


Er is er in ieder geval sprake van een gezamenlijke huishouding wanneer beiden hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:

  • twee jaar voorafgaand met elkaar gehuwd zijn geweest of als gehuwd zijn aangemerkt;
  • uit de relatie een kind is geboren, of het kind van de ander is erkend;
  • een samenlevingscontract hebben;
  • op grond van een registratie (in andere wet) aangemerkt zijn als gezamenlijke huishouding.


Of sprake is van een gezamenlijke huishouding is voor een deurwaarder niet eenvoudig vast te stellen. Wel kan via de BRP worden vastgesteld dat men in de voorafgaande twee jaar met elkaar gehuwd is geweest of dat uit de relatie een kind is geboren of erkend. Mogelijk beschikt de schuldeiser over meer aanwijzingen.
De deurwaarder mag niet te makkelijk ervan uitgaan dat sprake is van een gezamenlijke huishouding, omdat dan het inkomen van de partner in de polisadministratie wordt opgevraagd. Vandaar dat is bepaald dat betrokkene wordt aangemerkt als alleenstaand, tenzij de deurwaarder op basis van andere gegevens een andere leefsituatie kan aantonen.

Herberekening beslagvrije voet

De beslagvrije voet moet minimaal één keer in de twaalf maanden worden herberekend. Dit betreft een maximumtermijn. De deurwaarder mag dit ook eerder doen. De debiteur kan om herberekening verzoeken indien sprake is van een structurele wijziging van omstandigheden, zoals:

  • echtscheiding
  • huwelijk
  • geboorte eerste kind
  • wegvallen inkomen of een structurele inkomensstijging

Wanneer de herberekening leidt tot verhoging van de beslagvrije voet, dan moet de beslagvrije voet onverwijld worden aangepast.

Met terugwerkende kracht aanpassen

Wanneer de beslagvrije voet te laag is vastgesteld dan moet deze in de volgende situaties met terugwerkende kracht worden verhoogd:

  • de debiteur heeft binnen 4 weken gereageerd op de mededeling over de beslagvrije voet en de correcte gegevens aangeleverd;
  • de deurwaarder beschikte over de juiste gegevens, maar heeft deze verkeerd toegepast bij de berekening van de beslagvrije voet;
  • de deurwaarder heeft informatie op grond waarvan hij de beslagvrije voet moet herberekenen niet op tijd verwerkt
  • de deurwaarder heeft de beslagvrije voet niet binnen 12 maanden herberekend.

Wanneer informatie uit de polisadministratie onjuist of niet volledig is, maar de deurwaarder via de verklaring derdenbeslag wel over de volledige gegevens beschikte, is het verdedigbaar dat de beslagvrije voet eveneens met terugwerkende kracht moet worden gecorrigeerd. Zie voorbeeldbrief.

De beslagvrije voet mag niet met terugwerkende kracht lager worden vastgesteld.

Digitaal beslagregister (schuldenwijzer)

Deurwaarders maken gebruik van het digitaal beslagregister. In het beslagregister staat elk beslag dat op loon, uitkering of toeslagen is gelegd. Het beslagregister heeft een tweeledig doel:
1. voorkomen dat er onnodig kosten worden gemaakt;
2. zorgen dat de beslagvrije voet zoveel mogelijk klopt (afstemmen).

Voordat de deurwaarder gaat dagvaarden, of beslag op loon, uitkering of toeslagen gaat leggen moet hij eerst het beslagregister raadplegen. Wanneer op basis van informatie uit het register de verwachting is dat het langer dan drie jaar gaat duren voordat de vordering verhaald kan worden, dient hij zijn opdrachtgever hierover te infomeren. Het is aan de opdrachtgever om vervolgens te beslissen of de deurwaarder al dan niet verder moet gaan met invorderen.

Wanneer eenmaal beslag is gelegd en een andere deurwaarder legt beslag op een ander inkomen van de debiteur of diens partner, dan geeft het beslagregister een signaal aan de eerste beslagleggende deurwaarder. De deurwaarders moeten dan onderling afstemmen over de hoogte van de beslagvrije voet.

De debiteur heeft recht op inzage in het beslagregister. Wanneer je inlogt met DigiD bij 'Mijn schuldenwijzer' kun je zien:

  • welke deurwaarder beslag heeft gelegd op loon, uitkering of toeslagen;
  • hoe hoog de beslagvrije voet is;
  • hoe hoog het actueel saldo is.

Kosten beslag op inkomen

StapBeslag op loon (tarieven juli 2021)Kosten     
1Betekening executoriale titel (vonnis, dwangbevel) aan debiteur108,71
2Betekening beslagexploot aan de werkgever met daarbij een afschrift van het vonnis en een formulier waarop ingevuld moet worden wat onder het beslag valt.146,97
3Overbetekening beslag binnen 8 dagen (debiteur ontvangt afschrift beslagexploot).71,19
4De werkgever vult de verklaring in, waarin staat wat onder het beslag valt en stuurt deze naar de deurwaarder.
5De deurwaarder stuurt binnen 3 dagen na ontvangst een afschrift van het verklaringsformulier naar de debiteur.
6De werkgever draagt maandelijks, het gedeelte van het inkomen dat meer bedraagt dan de beslagvrije voet, af aan de deurwaarder.
Totaal  326,87
    
Kosten per maand voor inning en verdeling door deurwaarder met oudste beslag
Enkelvoudig beslag12,72
Twee samenlopende beslagen, en;20,24
Voor ieder daarop volgend beslag (per beslag)7,54
  
Bijvoorbeeld: Wanneer 4 schuldeisers beslag hebben gelegd kost dit per maand (excl. BTW)35,32

* De kosten worden met 21% verhoogd wanneer de schuldeiser niet btw-plichtig is.

Werkgever brengt bij loonbeslag kosten in rekening

Een werkgever mag alleen kosten voor de afhandeling van het loonbeslag in rekening brengen wanneer dit bij arbeidsovereenkomst of CAO is overeengekomen. Als dit het geval is dan zijn de kosten bij wet gemaximeerd op € 80.
Wanneer ten onrechte kosten in rekening zijn gebracht, is er in feite te weinig loon betaald. Er bestaat dan aanspraak op een wettelijke verhoging die na 14 dagen kan oplopen tot 50% van het te laat betaalde bedrag.