Overgangsrecht en uitstel invoering

De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet is per 1 januari 2021 van kracht geworden. Voor een beslaglegging of besluit tot verrekening van vóór 1 januari 2021 geldt het overgangsrecht. Dit betekent dat de oude regels voor berekening van de beslagvrije voet blijven gelden tot dat:

  • uiterlijk binnen 12 maanden de beslagvrije voet volgens de nieuwe regels herberekend wordt;
  • de debiteur om herberekening heeft verzocht vanwege een structurele wijziging van omstandigheden, zoals echtscheiding, huwelijk, geboorte eerste kind, wegvallen inkomen of inkomensstijging;
  • de deurwaarder een herberekening maakt omdat hij bekend is geworden met feiten of omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de beslagvrije voet.


Uitstel invoering
Een aantal organisaties hebben voor de invoering van de wet zes maanden uitstel gekregen. Zie overzicht organisaties. Voor deze organisaties geldt dat de beslagvrije voet bij een beslaglegging of besluit tot verrekening ná 1 januari 2021 maar vóór 1 juli 2021, berekend wordt volgens de oude regels. Wanneer de debiteur erom vraagt moet de beslagvrije voet wel volgens de nieuwe regels worden toegepast. De debiteur moet hiervoor dan wel zelf de gegevens aanleveren.

Meer info:

Basisbedrag beslagvrije voet (oud recht)

Afhankelijk van de huishoudsituatie en leeftijd gelden verschillende basisbedragen, in beginsel 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Zie voor de actuele normen het beslagvrije voet normenoverzicht.

Voor de hoogte van de beslagvrije voet is niet de bijstandnorm die men ontvangt, maar de leefvorm bepalend. Dit betekent dat wanneer de sociale dienst een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder verstrekt, omdat de echtgenoot geen geldige verblijfsvergunning heeft, voor de beslagvrije voet toch uitgegaan moet worden van de gezinsnorm.
Voor echtparen die niet op hetzelfde adres wonen is alleen de gezinsnorm van toepassing indien men niet duurzaam gescheiden leeft. Indien men wel duurzaam gescheiden leeft geldt, afhankelijk van de situatie, de alleenstaande of alleenstaande ouder norm.

Verblijf in een inrichting, een verpleeg- of verzorghuis (oud recht)

Bij verblijf in een inrichting (een verpleeg- of verzorghuis) geldt een veel lagere beslagvrije voet. De hoogte is gelijk aan de bijdrage die verschuldigd is voor de verpleging of verzorging, verhoogd met tweederde van de speciale bijstandsnorm voor verblijf in een inrichting.
Een extra verhoging vanwege woonkosten is hier niet aan de orde. Wel dient de beslagvrije voet nog te worden verhoogd met een deel van de premie ziektekostenverzekering. Zie rekenschema.

Verhoging woonkosten (oud recht)

De beslagvrije voet wordt verhoogd met de woonkosten, na aftrek van de normhuur en de ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag.

Woonkosten€ ..........  
Normhuur (per 1 januari 2021)€ 220,68 -/-
Ontvangen huurtoeslag, woonkostentoeslag€ ..........   -/-   
Verhoging beslagvrije voet€ ..........   

De verhoging van de beslagvrije voet, mag in totaal niet meer mag bedragen dan het huurtoeslagbedrag waarop betrokkene, uitgaande van de laagste inkomenscategorie ten hoogste aanspraak heeft. Zie maximumbedragen.

Bij huurwoningen wordt voor berekening van de beslagvrije voet de rekenhuur genomen. Dat is de kale huur vermeerderd met een aantal servicekosten. De rekenhuur staat vermeld op de beschikking huurtoeslag.

Bij koopwoningen is onduidelijk wat aangemerkt mag worden als woonkosten. Het ligt voor de hand aan te sluiten bij de berekeningswijze van het 'vrij te laten bedrag' (vtlb) dat geldt voor de WSNP. Volgens het vtlb-rapport van Recofa moet rekening gehouden worden met: hypotheekrente, erfpacht, premie opstalverzekering, eigenaarsdeel OZB, polder en waterschapslasten en klein onderhoud. Met de aflossing van de hypotheekschuld en de premies voor een kapitaalverzekering wordt uiteraard geen rekening gehouden.
Betaling van hypotheekrente levert ook fiscaal voordeel op. Dit belastingvoordeel wordt niet in mindering gebracht op de woonkosten, maar moet als inkomen worden meegeteld en dus volledig in mindering worden gebracht op de beslagvrije voet.

De verhuurder kan onder bepaalde voorwaarden beslag op de huurtoeslag leggen met het gevolg dat de gehele huurtoeslag niet uitbetaald wordt. De beslagvrije voet is bij beslag op de huurtoeslag namelijk niet van toepassing. Wat betekent dit wanneer naast beslag op de huurtoeslag, er ook beslag op het inkomen ligt, of op het inkomen wordt verrekend? Als er niets gebeurt zou dit betekenen dat de debiteur ernstig in de financiële problemen komt. De beslagvrije voet moet echter vanwege de hogere woonkosten hoger worden vastgesteld. De beslagvrije voet wordt namelijk verhoogd met de woonkosten, na aftrek van de normhuur en de 'ontvangen huurtoeslag' (zie art. 475d lid 4 onder b Rv). De rechtbank Den Bosch heeft bepaald dat wanneer beslag op de toeslag is gelegd, de beslagvrije voet die geldt voor beslag op het inkomen, niet met de toeslag mag worden verminderd. Betrokkene kan immers feitelijk niet over de toeslag beschikken.

UitsprakenMeer informatie

Verhoging premie ziektekostenverzekering (oud recht)

De beslagvrije voet wordt verhoogd met de premie ziektekostenverzekering, na aftrek van de ontvangen zorgtoeslag en de in de bijstandsnorm begrepen normpremie. In schema ziet dit als volgt er uit:

Premie ziektekostenverzekering (incl. aanv. verzekering)
of bestuursrechtelijke premie
€ ..........  
Normpremie* € .......... -/-
Ontvangen zorgtoeslag€ ..........   -/-   
Verhoging beslagvrije voet€ ..........   

* normpremie voor alleenstaanden en alleenstaande ouders bedraagt in 2021 € 34,00 en is voor (echt-)paren € 76,00.

De zorgverzekeraar kan beslag op de zorgtoeslag leggen, waardoor deze niet aan betrokkene wordt uitbetaald. Als daarnaast beslag op het inkomen ligt, of op het inkomen verrekend wordt zou dit tot gevolg hebben dat de debiteur ernstig in de financiële problemen komt. In de wet staat echte

r dat de beslagvrije voet wordt verhoogd met de vervallen zorgpremie, verminderd met de voor eigen rekening komende normpremie en verminderd met de ontvangen zorgtoeslag (zie art. 475d lid 4 onder a Rv). De rechtbank Den Bosch heeft bepaald dat wanneer beslag op de toeslag is gelegd, de beslagvrije voet die geldt voor beslag op het inkomen, niet met de toeslag mag worden verminderd. Betrokkene kan immers feitelijk niet over de toeslag beschikken.

Bij 6 maanden premieachterstand gaat het CAK (voorheen Zorginstituut Nederland) een bestuursrechtelijke premie innen van 120% van de standaardpremie (1 jan. 2021: € 147,80). Het CAK kan de werkgever of uitkeringsinstantie verzoeken deze premie in te houden (bronheffing).
Wanneer er ook beslag op het inkomen ligt, dan moet de beslagvrije voet met de bestuursrechtelijke premie verhoogd worden. In de berekening van de beslagvrije voet komt de bestuursrechtelijke premie dan in de plaats van de premie ziektekostenverzekering. Dit heeft dus tot gevolg dat er minder ruimte is voor beslag.

Verhoging kindgebonden budget (oud recht)

Vanaf 1 januari 2015 is de beslagvrije voet die geldt voor een alleenstaande ouder gelijk aan die van een alleenstaande. Voor de kosten van kinderen ontvangt de alleenstaande ouder een hoger kindgebonden budget, verhoogd met de zogenaamde 'alleenstaande ouderkop'. Voor het kindgebonden budget geldt een beslagverbod.
Het kindgebonden budget is echter inkomensafhankelijk. Vandaar dat er sinds 1 januari 2015 een correctie in de beslagvrije voet is opgenomen. De beslagvrije voet wordt verhoogd met het bedrag aan kindgebonden budget waarop de schuldenaar maximaal aanspraak zou kunnen maken verminderd met het bedrag dat krachtens die wet is toegekend of toegekend zou kunnen worden. In schema ziet dit als volgt er uit:

Maximum kindgebonden budget€ .........
Ontvangen kindgebonden budget€ ......... -/-
Verhoging beslagvrije voet€ .........

Deze verhoging van de beslagvrije voet geldt overigens niet alleen voor alleenstaande ouders, maar ook voor (echt)paren met minderjarige kinderen.

Wanneer de belastingdienst het kindgebonden budget niet uitbetaalt omdat deze wordt verrekend met een toeslagschuld, moet het kindgebonden budget niet in mindering worden gebracht op de verhoging van de beslagvrije voet. Het kindgebonden budget wordt dan immers feitelijk niet ontvangen. De letterlijke tekst in art. 475d lid 4 onder c Rv zou tot een andere conclusie kunnen leiden. Er staat immers dat de verhoging van de beslagvrije voet wordt verminderd met het bedrag aan kindgebonden budget dat "is toegekend of toegekend zou kunnen worden". In reactie op het rapport "Beter ten hele gekeerd" van de LOSR/MOgroep heeft de staatssecretaris aangegeven dat, ondanks deze formulering, indien betrokkene vanwege verrekening door de belastingdienst daadwerkelijk niet kan beschikken over het kindgebonden budget, de beslagvrije voet maximaal gecorrigeerd moet worden.

Verlaging vanwege ander inkomen (oud recht)

De beslagvrije voet wordt voor ten hoogste de helft verlaagd met het niet onder beslag liggend inkomen inclusief aanspraak op vakantietoeslag van de echtgenoot of partner.
De beslagvrije voet wordt volledig verlaagd met het niet onder beslag liggend inkomen van de debiteur. Hiermee wordt voorkomen dat de schuldeiser op alle inkomens afzonderlijk beslag zou moeten leggen. De voorlopige teruggaaf heffingskortingen die maandelijks door de belastingdienst wordt uitbetaald is ook inkomen dat in mindering moet worden gebracht op de beslagvrije voet.
Mocht er wel op meerdere inkomsten door verschillende schuldeisers beslag gelegd zijn, dan moet de beslagvrije voet naar rato van de hoogte van de inkomsten worden verdeeld. Zie meer info.

Verlaging vanwege niet verstrekken informatie (oud recht)

De deurwaarder zal de debiteur informatie vragen om de beslagvrije voet vast te kunnen stellen. Wanneer de debiteur geen informatie verstrekt kan dit in de volgende situaties gevolgen hebben voor de hoogte van de beslagvrije voet.

Echtgenoot / partner:

Zolang er geen informatie wordt verstrekt over het inkomen van de echtgenoot/partner, mag de beslagvrije voet gehalveerd worden.

Alleenstaande(ouder):
Indien het periodieke inkomen van de alleenstaande(ouder) bij de beslaglegger niet bekend is mag de beslagvrije voet vastgesteld worden op 72% in plaats van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Bij terugvordering van teveel ontvangen uitkering heeft het niet verstrekken van informatie nog grotere gevolgen. De beslagvrije voet mag dan op nihil worden gesteld.

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Niet in Nederland wonen of vast verblijven (oud recht)

Wanneer betrokkene niet in Nederland woont of vast verblijft geldt er geen beslagvrije voet. Dus wanneer men bijvoorbeeld in Spanje woont en vanuit Nederland een AOW-uitkering ontvangt, dan zal wanneer er beslag op deze uitkering wordt gelegd, de gehele uitkering naar de beslaglegger gaan. Slechts indien de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken zal de kantonrechter op verzoek alsnog een beslagvrije voet vaststellen. De bewijslast van de inkomenspositie ligt dan bij betrokkene.
De hoogte van de beslagvrije voet in deze situatie hoeft niet gelijk te zijn aan de beslagvrije voet zoals deze normaal berekend wordt. Er kan rekening gehouden worden met het prijspeil en levensstandaard in het betreffende land.
Het komt wel eens voor dat bij een dak- of thuisloze in Nederland de beslagvrije voet op nihil wordt gesteld. Dit is echter niet juist. Iemand zonder vaste verblijfplaats in Nederland, heeft nog wel een vast verblijf in Nederland. Wanneer in de gemeentelijke basisadministratie staat 'vertrokken onbekend waarheen', gaat de deurwaarder er kennelijk vanuit dat betrokkene in het buitenland zal verblijven. Pas wanneer betrokkene aantoont toch in Nederland te verblijven wordt de beslagvrije voet toegepast (piepsysteem).

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman:

Onverwijld met terugwerkende kracht aanpassen (oud recht)

De hoogte van beslagvrije voet kan om diverse redenen wijzigen:

  • wijziging van huishoudsituatie;
  • wijziging van leeftijd;
  • wijziging van het inkomen dat niet onder het beslag valt;
  • wijziging van inkomen van echtgenoot of partner;
  • wijziging van premie ziektekosten of woonkosten;
  • wijziging bijstandsnorm.


Met wijziging van omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen, moet de beslaglegger 'onverwijld' rekening houden (art. 475d lid 7 Rv). Dit betekent dat de beslagvrije voet direct aangepast moet worden.
Echter wanneer de hoogte van de beslagvrije voet al een bepaalde periode niet juist is, mag/moet de deurwaarder deze dan met terugwerkende kracht aanpassen?

Wanneer de beslagvrije voet te hoog is vastgesteld, bijvoorbeeld omdat uitgegaan wordt van de echtparennorm terwijl betrokkene al een tijdje alleenstaand is, dan mag dit niet met terugwerkende kracht aangepast worden.

Wanneer de beslagvrije voet te laag is vastgesteld (bijvoorbeeld halvering vanwege het niet verstrekken van informatie) en de debiteur verstrekt alsnog de informatie, dan moet de deurwaarder volgens de wetgever de beslagvrije voet wel met terugwerkende kracht aanpassen. In het Memorie van Antwoord staat namelijk: 

"is in onwetendheid te veel aan de beslaglegger betaald, dan moet hij dat onverwijld teruggeven of verrekenen."

Deze interpretatie is zowel door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders als de Nationale Ombudsman overgenomen. Zo overweegt de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

"Het is (...) de bedoeling van de wetgever om de wettelijk voorgeschreven beslagvrije voet zoveel mogelijk correct toe te passen hetgeen met zich brengt dat de beslagvrije voet met terugwerkende kracht gecorrigeerd dient te worden indien achteraf alsnog de juiste gegevens voor toepassing van een hogere beslagvrije voet worden geleverd."

Voor de invordering van uitkeringen gelden overigens afwijkende regels. De beslagvrije voet is nihil zolang de debiteur geen informatie verstrekt. Wanneer de debiteur alsnog de informatie verstrekt hoeft de beslagvrije voet in dit geval niet met terugwerkende kracht aangepast te worden.

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman:

Valt vakantiegeld onder het beslag? (oud recht)

Al het meerdere boven de beslagvrije voet, w.o. het vakantiegeld valt onder het beslag. Dit is ook het geval wanneer op 1 april beslag gelegd wordt. Ook dan valt het volledige vakantiegeld onder het beslag.

Maar hoe is de situatie wanneer de beslagvrije voet hoger is dan het inkomen en er maandelijks niets afgedragen kan worden? Valt dan ook het vakantiegeld onder het beslag of moet er rekening mee worden gehouden dat het inkomen in de voorgaande maanden te laag was? 

De uitbetaling van vakantiegeld in de maand mei is strikt geen nabetaling. De Hoge Raad heeft echter bepaald dat het vakantiegeld wel toegerekend moet worden aan de maand waarin het is opgebouwd. De jaarlijkse betaling van het vakantiegeld is in verband daarmee niet voor beslag vatbaar indien en voor zover in de maanden waarover de opbouw van het vakantiegeld plaatsvond, het inkomen (inclusief de maandelijkse aanspraak op het vakantiegeld) onder de beslagvrije voet bleef. Dit ongeacht of in de betreffende maanden al beslag is gelegd.

Voorbeeld
Er is op 1 april beslag gelegd. Het inkomen is € 1000. De beslagvrije voet is € 1050. Over 12 maanden wordt maandelijks € 75 aan vakantiegeld opgebouwd, zodat in de maand mei € 900
beschikbaar komt.
Van de € 1900 (1000 + 900) die in de maand mei betaalbaar wordt gesteld gaat € 300 (12 x 25) naar de beslaglegger en € 1600 naar de schuldenaar.

 

Beslag op de toeslag (oud recht)

Er geldt een beslagverbod voor toeslagen, behalve in de volgende situaties:

  • De verhuurder kan vanwege een huurschuld beslag op de huurtoeslag leggen.
  • De zorgverzekeraar kan vanwege een premieschuld voor de basisverzekering beslag op de zorgtoeslag leggen. Dit geldt niet voor de aanvullende verzekering.
  • Een kinderopvanginstelling kan vanwege een kinderopvangschuld beslag op de kinderopvangtoeslag leggen.


In de wet staat namelijk dat beslag op toeslagen mogelijk is voor: “een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie waarbij de betalingsverplichting ter zake van die prestatie oorzaak is voor de tegemoetkoming”. (art. 45 Awir)

Deze formulering roept de vraag op hoe nauw het verband moet zijn tussen de vordering en de toeslag om beslag te kunnen leggen. Duidelijk is in ieder geval dat er geen beslag gelegd kan worden voor de aanvullende premie ziektekostenverzekering. De zorgtoeslag wordt immers verstrekt voor de basisverzekering en niet voor de aanvullende verzekering.

Een andere vraag is hoe het zit met oude schulden. Kan een verhuurder uit het verleden beslag leggen op de huurtoeslag die bedoeld is voor een woning van een andere verhuurder. Zowel het Hof Den Bosch als het Hof Amsterdam zijn van oordeel dat beslag op een toeslag vanwege een oude schuld onrechtmatig is. Dit betekent dat al de geïnde bedragen inclusief kosten kunnen worden teruggevorderd (verjaringstermijn is 5 jaar).

Wanneer geldig beslag op een toeslag is gelegd valt de gehele toeslag onder het beslag. Er geldt in beginsel geen beslagvrije voet. Bij een laag inkomen kan dit tot gevolg hebben dan het totale inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Er bestaat dan de mogelijkheid dat de kantonrechter op verzoek de beslagvrije voet van toepassing kan verklaren. Voorwaarde is wel dat de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken.
Richt het verzoek eerst aan de schuldeiser/deurwaarder. Deze moet dit verzoek zelf beoordelen en mag niet standaard naar de kantonrechter verwijzen. Dit blijkt uit de parlementaire behandeling.Gebeurt dit toch, dien dan een klacht in. Zie voorbeeldbrief.
De vaste jurisprudentie staat onder druk sinds een arrest van het Hof Den Haag dat, in tegenstelling tot het Hof Arnhem-Leeuwarden, van oordeel is dat er geen beslagvrije voet kan gelden bij beslag op een toeslag. Dit oordeel is echter zeer aanvechtbaar. Kijk hier voor meer info.
Voor beslagen gelegd na 1 januari 2021 is de beslagvrije voet direct van toepassing.

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman: