Beschermingsbewind

De meest voorkomende beschermingsmaatregel is beschermingsbewind. Deze maatregel is bedoeld voor degene die tijdelijk of blijvend niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van:

  1. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel;
  2. verkwisting of het hebben van problematische schulden.

De onderbewindstelling heeft meestal tot gevolg dat alle goederen onder bewind staan (soms wordt beschermingsbewind alleen voor bepaalde goederen aangevraagd). De bewindvoerder beheert het geld en de goederen die onder bewind staan.

Wanneer een schuldeiser bij de totstandkoming van een overeenkomst het bewind kende of had behoren te kennen (bv vanwege het bewindregister), heeft dat tot gevolg dat hij de vordering niet kan verhalen op de onder bewind gestelde goederen. Het einde van het bewind brengt hierin geen verandering.

UitsprakenMeer informatie

Mentorschap

De beschermingsmaatregel mentorschap is bedoeld voor degene die als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is zijn persoonlijke belangen (van niet-vermogensrechtelijke aard) te behartigen. De rechter stelt een mentor aan. Betrokkene mag dan zelf geen beslissingen meer nemen over zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Daarover beslist de mentor.

Curatele

De ondercuratelestelling is bedoeld voor degene die die tijdelijk of blijvend zijn financiële en persoonlijke belangen niet behoorlijk kan waarnemen, of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt als gevolg van:

  1. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel;
  2. gewoonte van drank- of drugsmisbruik.


De ondercuratelestelling heeft tot gevolg dat betrokkene niet meer handelingsbekwaam is om rechtshandelingen te verrichten en geen beslissingen mag nemen t.a.v. zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Daarover beslist de curator.
Ondercuratelestelling is een ingrijpend middel en mag alleen worden opgelegd wanneer een minder ingrijpend middel niet toereikend is.

Vrijwillig budgetbeheer

Bij budgetbeheer wordt op basis van een overeenkomst, dus zonder rechtelijke tussenkomst,  inkomsten en uitgaven beheert. Budgetbeheer beperkt zich doorgaans tot het doen van betalingen en het reserveren voor bepaalde uitgaven . De budgetbeheerder is dan niet verantwoordelijk voor het aanvragen van voorzieningen, bewaken van de beslagvrije voet e.d.
Bij budgetbeheer kan een vergoeding overeen gekomen zijn. Maar let op: Betaald budgetbeheer in combinatie met gratis schuldbemiddeling kan gekwalificeerd worden als verboden schuldhulpverlening. Kijk hier voor meer info.

Derdebetalingen (inhouding op loon en uitkering)

De minst ingrijpende vorm van bescherming is het inhouden van de vaste lasten op loon en uitkering. Echter voor inhouding op het loon geldt vanaf 1 januari 2016 een beperking als gevolg van de Wet aanpak schijnconstructies. De inhouding mag namelijk niet tot gevolg hebben dat er minder overblijft dan het minimumloon. Omdat dit in de praktijk tot problemen leidde zijn er per 1 januari 2017 een aantal uitzonderingen geformuleerd. Zo mag de werkgever onder bepaalde voorwaarden de premie ziektekostenverzekering en de huur in mindering brengen op het loon, waarbij de huur niet meer mag bedragen dan 25% van het minimumloon. Voor werknemers werkzaam bij een sociale werkvoorziening geldt een ruimere regeling.

Veel gemeenten bieden voor mensen met een bijstandsuitkering de mogelijkheid om de primaire  lasten in te houden op de uitkering. Wanneer betrokkene hier niet aan wil meewerken biedt de Participatiewet nog de mogelijkheid om aan de bijstand de verplichting te verbinden dat betrokkene eraan meewerkt dat de gemeente uit de toegekende bijstand de noodzakelijke betalingen verricht. Voorwaarde hiervoor is dat er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat betrokkene zonder hulp niet in staat is de uitkering verantwoord te besteden. In de praktijk wordt aangenomen dat dit het geval is wanneer er achterstanden zijn ontstaan in de betaling van de primaire lasten.

Tarieven

De hoogte van de beloning is geregeld in de “Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.” Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone (familie) en professionele curatoren, bewindvoerders en mentoren. De forfaitaire vergoedingen zijn inclusief eventuele onkosten, zoals reiskosten, telefoonkosten, bankkosten en kosten van het opmaken van de rekening en verantwoording.
De jaarbeloning voor de curator en bewindvoerder kan hoger worden vastgesteld (5 uur op jaarbasis)  wanneer er sprake is van problematische schulden.
De jaarbeloning voor de mentor kan hoger worden vastgesteld bij begeleiding van ‘een persoon in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar die jeugdhulp heeft gehad in verband met een psychisch of psychosociaal probleem, psychische stoornis, gedragsproblemen of verstandelijke beperking.

Naast de jaarbeloning zijn er aparte beloningen die de kantonrechter kan toekennen voor:
- de aanvangswerkzaamheden;
- een verhuizing, de verkoop of ontruiming van een woning;
- het beheren van een persoonsgebonden budget;
- het opmaken van een eindrekening en verantwoording.

Wanneer zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen, kan de kantonrechter een hogere beloning of een lagere beloning toekennen dan de regeling voorschrijft.

UitsprakenMeer informatie

Uitspraken:

Bijzondere bijstand kosten curator, bewindvoerder en mentor

Voor de kosten van een curator, bewindvoerder en mentor kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. Er bestaat recht op bijzondere bijstand indien aan twee voorwaarden wordt voldaan:

  1. Er moet sprake zijn van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan. Bij curatele, onderbewindstelling en mentorschap heeft de rechter al vastgesteld dat de maatregel noodzakelijk is. Volgens de Centrale Raad van Beroep staat de noodzaak van de kosten hiermee vast. Het college heeft geen ruimte hiervan af te wijken en zelf de noodzaak te gaan beoordelen.
  2. De kosten kunnen naar het oordeel van het college niet uit het inkomen of vermogen worden voldaan. De wijze waarop de draagkracht wordt berekend en welk deel van het vermogen vrijgelaten wordt verschilt per gemeente.


Bij de kosten voor vrijwillig inkomensbeheer / budgetbeheer ligt het anders. Bij een aanvraag bijzondere bijstand heeft het college dan wel de ruimte te beoordelen of de kosten al dan niet noodzakelijk zijn. Zelfs als de kosten noodzakelijk zijn kan de aanvraag bijzondere bijstand nog worden afgewezen omdat sprake is van een toereikende voorliggende voorziening, bijvoorbeeld omdat de gemeente zelf budgetbeheer aanbiedt.

Er bestaat in beginsel geen wettelijk recht op toekenning met terugwerkende kracht. Het is van belang de aanvraag tijdig in te dienen. Veel gemeenten hanteren bij een aanvraag bijzondere bijstand wel een vorm van terugwerkende kracht van twee of drie maanden (buitenwettelijk begunstigend beleid). Dit is dan in de beleidsregels van de gemeente opgenomen.

Het behoort tot de taak van de curator en bewindvoerder om tijdig bijzondere bijstand bij de gemeente aan te vragen. Gebeurt dat niet dan is hij aansprakelijk voor de schade.

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak beschermingsbewind

Rechtspraak curatele

Rechtspraak budgetbeheer:

Nationale ombudsman:

Draagkracht bij loonbeslag, schuldregeling en WSNP

Er is alleen recht op bijzondere bijstand voor noodzakelijke kosten indien deze kosten naar het oordeel van de sociale dienst niet uit het besteedbaar inkomen voldaan kunnen worden, de zogenaamde draagkracht.
Als men een hoog inkomen heeft, maar vanwege een beslag op het inkomen feitelijk minder ontvangt, moet dan uitgegaan worden van het hogere inkomen (zonder beslagafdracht) of het feitelijk lagere inkomen?
De Centrale Raad voor Beroep (CRvB) heeft op 28 maart 2006 bepaald dat uitgegaan moet worden van het inkomen waarover men redelijkerwijze kan beschikken en dat is het inkomen dat overblijft na beslagafdracht. Door een uitspraak van de CRvB in 2017 is er discussie ontstaan of er sprake zou zijn van een koerswijziging. De CRvB heeft echter op 19 januari 2021 de oorspronkelijke uitleg nogmaals bevestigd.

Bij een minnelijk traject schuldhulpverlening en bij de WSNP zal hetzelfde gelden: betrokkene kan feitelijk over een lager inkomen beschikken, namelijk het 'vrij te laten bedrag' (vtlb). Echter voor kosten beschermingsbewind kan het vrij te laten bedrag op verzoek worden verhoogd. De CRvB heeft bepaald dat het college van B&W de verplichting kan opleggen om een dergelijk verzoek tot verhoging van de vtlb bij de wsnp-bewindvoerder in te dienen. In het minnelijk traject schuldhulpverlening kan een verzoek om bijzondere bijstand voor kosten beschermingsbewind worden afgewezen, wanneer met deze kosten in de vtlb-berekening geen rekening is gehouden. Het is verstandig voor kosten beschermingsbewind altijd eerst om aanpassing van het vrij te laten bedrag te vragen en pas als dat niet lukt bijzondere bijstand aan te vragen.

UitsprakenMeer informatie

Curatele- en bewindregister

In het curatele- en bewindregister staan personen geregistreerd die onder curatele staan en personen wiens vermogen onder bewind is gesteld. Bij onderbewindstelling staan alleen de volgende personen geregistreerd:

  • Bij onderbewindstelling vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand, wanneer de rechter daartoe heeft besloten. Dit kan op verzoek van de onderbewindgestelde, de bewindvoerder of ambtshalve door de rechter. De rechter maakt hierbij een afweging tussen privacy en de noodzakelijkheid.


Voordeel van publicatie van onderbewindstelling is dat de schuldeiser geacht wordt op de hoogte zijn van het beschermingsbewind. De bewindvoerder kan zich er dan op beroepen. Zie hierna.

Overeenkomst gesloten met onder bewind gestelde

Wanneer een overeenkomst is gesloten met iemand wiens goederen onder bewind staan, zonder instemming van de bewindvoerder, kan dit gevolgen hebben voor de nakoming. Dit is het geval als de schuldeiser van het bewind wist. Dit is eveneens het geval als de schuldeiser van het bewind had kunnen weten, omdat het bewind gepubliceerd is in het curatele- en bewindregister.
Als de overeenkomst betrekking heeft op de onder bewind gestelde goederen (de rechthebbende verkoopt bijvoorbeeld zijn auto) dan is de overeenkomst ongeldig en kan dit, wanneer de bewindvoerder hier een beroep op doet, ongedaan gemaakt worden.
Andere overeenkomsten die niet betrekking hebben op de onder bewind gestelde goederen zijn in beginsel wel geldig. Denk hierbij aan het sluiten van een lening, het boeken van een reis of het organiseren van een feest. De rekening kan echter niet verhaald worden op de onder bewind gestelde goederen. Het einde van het bewind brengt hierin geen verandering. Aangezien er ook geen verhaal mogelijk is op toekomstige vorderingen, heeft een toewijzend vonnis geen waarde en zou de vordering moeten worden afgewezen.

Overeenkomst gesloten met onder curatele gestelde

Ondercuratelestelling heeft tot gevolg dat betrokkene niet meer handelingsbekwaam is om rechtshandelingen te verrichten. Alle rechtshandelingen die zonder toestemming van de curator zijn verricht, kunnen door de curator ongedaan worden gemaakt. Hierbij is het niet relevant of de wederpartij van de curatele op de hoogte was of kon zijn.
De vernietiging van de rechtshandeling moet binnen drie jaar gebeuren en kan per gewone brief.
Voor de handelingsonbekwame geldt geen verplichting tot ongedaanmaking van de verrichte prestaties (b.v. het terugsturen van de ontvangen goederen) of in de plaats daarvan een waardevergoeding wanneer dat niet mogelijk is, tenzij:

  • de ontvangen goederen of de ontvangen prestaties hem tot werkelijk voordeel strekte, of;
  • het ontvangene in de macht van de curator is gekomen.

Curator c.q. bewindvoerder is aanspreekpunt

Zodra de deurwaarder c.q. de schuldeiser er van op de hoogte is dat de schuldenaar onder bewind of onder curatele staat, dient hij de correspondentie (mede) te richten tot te bewindvoerder/curator.
Wanneer de schuldenaar vanwege de onder bewind gestelde goederen wordt gedagvaard moet de deurwaarder de bewindvoerder qualita qua dagvaarden. De Hoge Raad

  • de bewindvoerder wordt procespartij door te verschijnen in procedure waarin de rechthebbende wordt gedagvaard of door dit per brief aan de wederpartij of rechter kenbaar te maken;
  • de bewindvoerder kan in verzet komen tegen een verstekvonnis waarin rechthebbende was gedagvaard;
  • wanneer tijdens de procedure duidelijk wordt dat betrokkene onder bewind staat, kan de bewindvoerder bij aangetekende brief worden opgeroepen;
  • ook een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst moet gericht worden aan de bewindvoerder.


Het Hof Amsterdam heeft bepaald dat de regel, dat de deurwaarder zich tot de bewindvoerder moet richten, nog niet wil zeggen dat hij geen contact mag zoeken met de schuldenaar. In casus wilde de bewindvoerder geen regeling treffen voor de aflossing van een boete, omdat betrokkene dan onder de beslagvrije voet zou komen. De deurwaarder zocht vervolgens contact met de schuldenaar om uit te leggen wat er kan gebeuren wanneer de boete niet op tijd wordt betaald, zoals het toepassen van dwangmiddelen w.o. gijzeling. Volgens het Hof is dit geoorloofd. De deurwaarder had de bewindvoerder echter wel over zijn bezoek moeten informeren
Een eventuele betalingsregeling zal de deurwaarder m.i. vervolgens wel met de bewindvoerder moeten treffen.

UitsprakenMeer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman:

Klachten, aansprakelijkheid, ontslag

Bij klachten over de bewindvoerder, curator en mentor kun je een klacht indienen bij de kantonrechter die de beschermingsmaatregel heeft uitgesproken. De kantonrechter kan in deze klachtprocedure ook eventuele schade vaststellen. Kijk hier voor meer informatie.