SchuldInfo

Juridische info voor hulpverleners

 
 

Maatregelen wanbetalers zorgverzekering in 4 fasen

Per 1 september 2009 is een wetswijziging van kracht geworden, met allerlei maatregelen om het niet betalen van de zorgpremie tegen te gaan. Er gelden vier fasen:

Fase 1: twee maanden premieachterstand

Bij een premieachterstand van twee maanden biedt de zorgverzekeraar binnen 10 werkdagen een betalingsregeling aan om de achterstand in te lopen. Onderdeel van de regeling is een machtiging tot automatische incasso van toekomstige termijnen.
Wanneer de verzekeringnemer ook voor medeverzekerden de premie moet betalen, doet de verzekeraar een splitsingsvoorstel: de medeverzekerden ontvangen dan een eigen polis en moeten zelf de premie betalen. 

Fase 2: vier maanden premieachterstand

Als de verzekeringnemer niet ingaat op het aanbod en de achterstand loopt op tot vier maanden, dan geeft de zorgverzekeraar een waarschuwing en wijst daarbij op de gevolgen bij een achterstand van 6 maanden (zie volgende fase).

Fase 3: zes maanden premieachterstand

Indien een premieachterstand van zes maanden is ontstaan, meldt de zorgverzekeraar de verzekeringnemer aan bij het CAK (voorheen Zorginstituut Nederland). Vanaf dat moment is de verzekeringnemer geen premie meer aan de verzekeraar verschuldigd, maar moet hij een bestuursrechtelijke premie aan het CAK betalen. Deze premie bedraagt 125% van de gemiddelde zorgpremie. Zie verderop.

Fase 4: premieachterstand voldaan of schuldregeling

Indien de wanbetaler de schulden (premie, eigen risico en kosten) aan de zorgverzekeraar voldaan heeft meldt de zorgverzekeraar dit bij het CAK. Vanaf dat moment is de verzekeringnemer geen bestuursrechtelijke premie meer verschuldigd en dient hij de nominale premie in het vervolg weer aan de verzekeraar te betalen. Hetzelfde geldt indien er sprake is van:

  • treffen van een betalingsregeling met de zorgverzekeraar;
  • sluiten van een stabilisatieovereenkomst;
  • totstandkoming van een minnelijke schuldregeling;
  • toelating tot de wsnp.


Bij het treffen van een betalingsregeling vindt in de praktijk niet altijd een afmelding bij het CAK plaats. Art. 18d Zorgverzekeringswet bepaalt echter dat met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de betalingsregeling is getroffen er geen bestuursrechtelijke premie meer verschuldigd is. Heeft de zorgverzekeraar betrokkene niet afgemeld dan dient dit alsnog met terugwerkende kracht plaats te vinden. Zie hier voor een voorbeeldbrief.

Bovendien kunnen gemeenten speciale afspraken met zorgverzekeraars maken waardoor bijstandsgerechtigden versneld kunnen uitstromen. Zie verderop.

Uitspraken Meer informatie

Inning bestuursrechtelijke premie door het CAK

Bij een premieachterstand van 6 maanden is de verzekeringnemer geen premie meer aan de verzekeraar verschuldigd, maar moet hij een bestuursrechtelijke premie aan het CAK betalen. Deze premie bedraagt 125% van de gemiddelde zorgpremie. Het CAK int de premie door deze door de werkgever of uitkeringsinstantie op het loon of de uitkering in te laten houden (bronheffing).

Wanneer de bestuursrechtelijke premie aan het CAK wordt betaald, betaal je niet je schulden bij de zorgverzekeraar af. Met de zorgverzekeraar moeten aparte afspraken gemaakt worden over het inlossen van de schulden.

De werkgever of uitkeringsinstelling die ten onrechte de bronheffing niet toepast dient het bedrag alsnog aan het CAK te betalen zonder dat dit verhaald mag worden op de verzekeringnemer.

Wanneer bronheffing niet mogelijk is zal het CAK de invordering overdragen aan het CJIB. Het CJIB zal allereerst de zorgtoeslag door de belastingdienst aan zich laten afdragen (omleiding zorgtoeslag). Het CJIB stuurt voor de resterende bestuursrechtelijke premie acceptgiro's. Wanneer deze niet betaald worden zal uiteindelijk de deurwaarder een dwangbevel betekenen en tenuitvoer leggen (loonbeslag etc.).

Zodra de totale achterstand (incl. kosten en eigen risico) aan de zorgverzekeraar voldaan is meldt de zorgverzekeraar dit bij het CAK. Vanaf dat moment is de verzekeringnemer geen bestuursrechtelijke premie meer verschuldigd en dient hij de nominale premie in het vervolg weer aan de verzekeraar te betalen. Een eventueel restant aan bestuursrechtelijke premie wordt dan door het CAK alleen nog op normale wijze geďnd en niet meer via bronheffing of inning van de zorgtoeslag.

 

Uitspraken Meer informatie

Versnelde uitstroom bijstandsgerechtigden tegen finale kwijting

Vanaf 12 juli 2016 is een ministeriële regeling van kracht die het onder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt dat mensen met een bijstandsuitkering, die een bestuursrechtelijke premie verschuldigd zijn, versneld terugkeren naar het normale premieregime van de zorgverzekeraar. Gemeenten en zorgverzekeraars kunnen zelf beslissen of ze een overeenkomst willen sluiten om dit mogelijk te maken. Informeer bij de gemeente of ze hier aan mee werken.

Voor versnelde uitstroom gelden o.a. de volgende voorwaarden:

  • De verzekeringnemer heeft een collectieve verzekering voor minima afgesloten;
  • De premie voor de basisverzekering en de aanvullende verzekering wordt ingehouden op de uitkering;
  • Het eigen risico is meeverzekerd, of wordt door de verzekeringnemer (gespreid) betaald;
  • De schuld bij de verzekeraar wordt afgelost, de aflossing wordt ook ingehouden op de uitkering;
  • De zorgverzekeraar verleent kwijtschelding voor het restant aan schulden nadat een periode van maximaal 36 maanden is afgelost.

Bestuursrechtelijke premie: gevolgen hoogte beslagvrije voet

Als vanwege een andere schuld beslag op het inkomen ligt of op het inkomen wordt verrekend, dan moet rekening worden gehouden met de beslagvrije voet. Wanneer de debiteur 125% bestuursrechtelijke premie verschuldigd is, dan moet de beslagvrije voet met dit bedrag worden verhoogd. In de berekening van de beslagvrije voet komt de bestuursrechtelijke premie dan in de plaats van de premie ziektekostenverzekering. Dit heeft dus tot gevolg dat er minder ruimte is voor beslag. In schema ziet dit als volgt er uit:

Bestuursrechtelijke premie
bij echtpaar het dubbele (2017)
€ 134,38
Normpremie*€ ......... -/-
Ontvangen zorgtoeslag€ ......... -/-
Verhoging beslagvrije voet€ .........

* normpremie voor alleenstaanden en alleenstaande ouders bedraagt in 2017 € 39,00 en is voor (echt-)paren € 85,00.

Als het CJIB namens het CAK beslag op het inkomen legt om (een restant van) de bestuursrechtelijke premie te innen, dan wordt de beslagvrije voet voor dit beslag verminderd met het verschil tussen de bestuursrechtelijke premie en de reeds op het inkomen ingehouden bestuursrechtelijke premie. 
De bestuursrechtelijke premie is preferent.

Opzegverbod verzekerde bij premieachterstand

Om te voorkomen dat een verzekerde bij een premieachterstand meteen overstapt naar een andere verzekeraar geldt een opzegverbod voor de verzekerde vanaf het moment waarop de eerste aanmaning tot betaling van de premie is verzonden. Dit opzegverbod geldt niet wanneer de verzekeraar er mee instemt of wanneer de dekking is geschorst.
Wanneer de verzekeringnemer ook voor medeverzekerden de premie moet betalen, is het wel mogelijk de verzekering op te zeggen onder voorwaarde dat de medeverzekerde een eigen verzekering afsluit bij dezelfde of een andere verzekeraar (splitsing).

Maatregelen onverzekerden zorgverzekering

In principe is iedereen die in Nederland woont of loonbelasting moet betaling verplicht om een zorgverzekering af te sluiten. In de volgende situaties is men ten onrechte niet verzekerd:

  • indien een verzekeringsplichtige niet binnen vier maanden na het ontstaan van de verzekeringsplicht (bijvoorbeeld na aankomst in Nederland) een zorgverzekering sluit;
  • indien een verzekeringsplichtige niet met ingang van de dag volgende op de dag waarop een zorgverzekering is geëindigd op grond van een andere zorgverzekering verzekerd is.


Op 15 maart 2011 is een wetswijziging van kracht geworden om burgers die niet verzekerd zijn tegen ziektekosten aan te pakken. Naar schatting 150.000 burgers zijn niet verzekerd. Met de wet worden de volgende maatregelen genomen:

1) Onverzekerden die door middel van bestandsvergelijking zijn opgespoord, krijgen eerst een brief van het CAK (voorheen Zorginstituut Nederland). Daarin worden ze gewezen op hun verzekeringsplicht en aangespoord een zorgverzekering te sluiten.

2) Als blijkt dat zij dit na drie maanden nog steeds niet hebben gedaan, dan krijgen ze een boete van drie maal de standaardpremie per maand (circa € 380).

3) Als na een nieuwe bestandsvergelijking blijkt dat de betrokkene nog steeds niet verzekerd is, dan wordt voor de tweede keer een boete opgelegd.

4) Zijn mensen na twee boetes nog altijd onverzekerd, dan verzekert het CAK hen bij een zorgverzekeraar. Zij zijn dan een jaar lang een bestuursrechtelijke premie verschuldigd ter hoogte van de standaardpremie. Deze wordt zo mogelijk rechtstreeks ingehouden op het loon of de uitkering.

Wie nu een verzekering afsluit, krijgt geen boete. Het ministerie van Volksgezondheid is een voorlichtingscampagne gestart om de opsporing van onverzekerden bekend te maken via de website  www.ikzoekdekking.nl. Met deze campagne roept het ministerie iedereen op om onverzekerden te informeren en zo boetes te helpen voorkomen.

Beslag op de zorgtoeslag

Er geldt een beslagverbod voor zorgtoeslag. Er is echter één uitzondering: De zorgverzekeraar kan beslag op de zorgtoeslag leggen vanwege een premieachterstand voor de zorgverzekering.

In de wet staat dat beslag op de zorgtoeslag mogelijk is voor: “een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie waarbij de betalingsverplichting ter zake van die prestatie oorzaak is voor de tegemoetkoming”. (art. 45 Awir)
Deze formulering roept de vraag op hoe nauw het verband moet zijn tussen de premieachterstand en de zorgtoeslag om beslag te kunnen leggen. Duidelijk is in ieder geval dat er geen beslag gelegd kan worden voor de aanvullende premie ziektekostenverzekering. De zorgtoeslag wordt immers verstrekt voor de basisverzekering en niet voor de aanvullende verzekering.

Een andere vraag is hoe het zit met oude schulden. Kan een zorgverzekeraar uit het verleden beslag leggen op de zorgtoeslag die bedoeld is voor een andere zorgverzekering. Zowel het Hof Den Bosch als het Hof Amsterdam zijn van oordeel dat beslag op een toeslag vanwege een oude schuld onrechtmatig is. Dit betekent dat al de geďnde bedragen inclusief kosten kunnen worden teruggevorderd (verjaringstermijn is 5 jaar).

Wanneer geldig beslag op de zorgtoeslag is gelegd valt de gehele zorgtoeslag onder het beslag. De beslagvrije voet is bij beslag op de zorgtoeslag niet van toepassing. Wat betekent dit wanneer naast beslag op de zorgtoeslag, er ook beslag op het inkomen ligt, of op het inkomen verrekend wordt? Als er niets gebeurt zou dit betekenen dat de debiteur ernstig in de financiële problemen komt. In de wet staat echter dat de beslagvrije voet wordt verhoogd met de vervallen zorgpremie, verminderd met de voor eigen rekening komende normpremie en verminderd met de ontvangen zorgtoeslag (zie art. 475d lid 5 onder a Rv). De rechtbank Den Bosch heeft bepaald dat wanneer beslag op de toeslag is gelegd, de beslagvrije voet die geldt voor beslag op het inkomen, niet met de toeslag mag worden verminderd. Betrokkene kan immers feitelijk niet over de toeslag beschikken.

Er geldt bij beslag op de zorgtoeslag dus geen beslagvrije voet. Bij een laag inkomen kan dit tot gevolg hebben dan het totale inkomen lager is dan de beslagvrije voet. Er bestaat dan de mogelijkheid dat de kantonrechter op verzoek de beslagvrije voet van toepassing kan verklaren. Voorwaarde is wel dat de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken.
Richt het verzoek eerst aan de schuldeiser/deurwaarder. Deze moet dit verzoek zelf beoordelen en mag niet standaard naar de kantonrechter verwijzen. Dit blijkt uit de parlementaire behandeling
De vaste jurisprudentie staat onder druk sinds een arrest van het Hof Den Haag dat, in tegenstelling tot het Hof Arnhem-Leeuwarden, van oordeel is dat er geen beslagvrije voet kan gelden bij beslag op een toeslag. Dit oordeel is echter zeer aanvechtbaar. Kijk hier voor meer info.

Uitspraken Meer informatie

Rechtspraak:

Tuchtrecht:

Nationale ombudsman:

Ziektekostenverzekering en wsnp

Bij een bedreigende situatie kan de debiteur een verzoek tot toepassing van de wsnp indienen en tegelijk om een voorlopige voorziening vragen. Van een bedreigende situatie is sprake in het geval van:

  • een gedwongen ontruiming;
  • beëindiging van de levering van gas, elektra of water;
  • opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.

Indien de rechtbank de voorlopige voorziening verleent mag gedurende 6 maanden niet worden ontruimd, afgesloten en de zorgverzekering mag niet worden opgezegd of ontbonden.

Klachten en geschillen zorgverzekeringen

Wanneer een klacht tegen de zorgverzekeraar niet tot het gewenste resultaat leidt, kan het probleem voorgelegd worden aan de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). Er zijn twee soorten procedures om het probleem te behandelen: als klacht of als geschil. De Ombudsman Zorgverzekeringen behandelt de klacht via een bemiddelingstraject. Als daar niets uitkomt, dan kan de klacht aan de Geschillencommissie Zorgverzekeringen worden voorgelegd. Zowel klachten over de basis- als de aanvullende verzekering kunnen bij de SKGZ worden ingediend. De uitspraak van de Geschillencommissie is bindend.

Verwijzen naar deze pagina: www.schuldinfo.nl/ziektekostenverzekering